Mijn Communities
Help

Thema's Wet- en regelgeving

Sorteren op:
Alle werknemers vanaf 21 jaar hebben recht op het wettelijk minimumloon.  Dit is het loon dat men minimaal moet ontvangen als men werkt.  Voor jongere werknemers geldt het minimumjeugdloon. Het bruto minimumloon wordt twee keer per jaar aangepast, op 1 januari en 1 juli.   Voor werknemers die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst die is aangegaan in verband met een beroepsbegeleidende leerweg (bbl) gelden alternatieve staffels, die zijn vastgesteld in het Besluit minimumjeugdloon. Voor leerlingen in de bbl in de leeftijd van 15 tot en met 17 jaar en 21 jaar gelden bovenstaande bedragen. In afwijking van bovenstaande gelden voor leerlingen in de bbl in de leeftijd van 18 tot en met 20 jaar de hiermee corresponderende wettelijke minimumjeugdlonen:      
Volledig artikel weergeven
12-05-2022 12:00
  • 0 Antwoorden
  • 0 kudos
  • 67 Weergaven
Op 2 augustus 2022 treedt de Wet betaald ouderschapsverlof in werking.   Het doel van deze wet is om ouders te laten wennen aan de nieuwe gezinssituatie en om samen de keuze te maken over de verdeling werken en zorgen.   Het reeds bestaande ouderschapsverlof was in veel gevallen onbetaald, In enkele CAO's was sprake van een (deels) doorbetaald verlof.    Om te voorkommen dat mensen met een laag inkomen geen gebruik konden maken van een onbetaald verlof, heeft het Europees Parlement richtlijnen gegeven waarbij ieder aangesloten land een deels betaald ouderschapsverlof moest invoeren.   Beide ouders kunnen als ze werkzaam zijn in loondienst gebruik maken van het betaalde ouderschapsverlof.   De ouder (werknemer) kan maximaal 9 keer het aantal uren van zijn/haar werkweek betaald ouderschapsverlof opnemen. Het betaald ouderschapsverlof maakt deel uit van het bestaande ouderschapsverlof van max 26 weken tot het kind 8 jaar is. De ouder kan het verlof  flexibel (in delen) opnemen, binnen 1 jaar na de geboorte. Bij pleegzorg of adoptie kan de werknemer betaald ouderschapsverlof flexibel opnemen in het eerste jaar na opname van het kind in het gezin. De werknemer moet het verlof wel opnemen voor de achtste verjaardag van het kind. Het betaald ouderschapsverlof is een WAZO-uitkering van 50%* van het dagloon, tot 50% van max.dagloon en wordt achteraf na opname van het verlof (in delen) aangevraagd en betaald. Werkgever kan maximaal 3 keer een betaalverzoek doen. De werkgever vraagt de uitkering aan via de Verzuimmelder of Digipoort. *In het coalitieakkoord is afgesproken dat het percentage zal worden verhoogd tot 70%. Minister Van Gennip van Sociale Zaken heeft hiertoe op 8 maart 2022 een ontwerpbesluit naar de Tweede Kamer gestuurd.   Zie voor vragen en antwoorden de  FAQ betaald ouderschapsverlof        
Volledig artikel weergeven
18-02-2022 14:01 (Bijgewerkt op 26-04-2022)
  • 0 Antwoorden
  • 0 kudos
  • 414 Weergaven
Alle werknemers vanaf 21 jaar hebben recht op het wettelijk minimumloon.  Dit is het loon dat men minimaal moet ontvangen als men werkt.  Voor jongere werknemers geldt het minimumjeugdloon. Het bruto minimumloon wordt twee keer per jaar aangepast, op 1 januari en 1 juli.  Wettelijk minimumloon 1 januari 2022   Leeftijd: Staffeling Per maand: Per week Per dag 21 jaar e.o. 100% 1.725,00 398,10 79,62 20 jaar 80% 1.380,00 318,50 63,70 19 jaar 60% 1.035,00 238,85 47,77 18 jaar 50% 862,50 199,05 39,81 17 jaar 39,5% 681,40 157,25 31,45 16 jaar 34,5% 595,15 137,35 27,47 15 jaar 30% 517,50 119,45 23,89   Voor werknemers in de leeftijd van 18 tot en met 20 jaar die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst die is aangegaan in verband met een beroepsbegeleidende leerweg (bbl) gelden alternatieve staffels.     Leeftijd: Staffeling Per maand: Per week Per dag 20 jaar 61,5% € 1.060,90 € 244,85 € 48,97 19 jaar 52,5% € 905,65 € 209,00 € 41,80 18 jaar 45,5% € 784,90 € 181,15 € 36,23    
Volledig artikel weergeven
29-12-2021 09:41 (Bijgewerkt op 21-02-2022)
  • 0 Antwoorden
  • 0 kudos
  • 107 Weergaven
Aanpassingen van het wettelijk minimumloon vinden 2 keer per jaar plaats, op 1 januari en 1 juli van het jaar. In artikel 14, eerste tot en met derde lid, van de WML, wordt de aanpassing van het minimumloon geregeld. Hierbij wordt uitgegaan van het gemiddelde van de procentuele ontwikkeling van de contractlonen in de marktsector, de gepremieerde en gesubsidieerde sector en bij de overheid, zoals dat door het CPB wordt berekend.   10-01-2021/FA
Volledig artikel weergeven
01-01-2021 01:00 (Bijgewerkt op 29-12-2021)
  • 0 Antwoorden
  • 0 kudos
  • 98 Weergaven
Algemeen De werknemer heeft een wettelijk recht op een transitievergoeding bij het einde van de arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever. Recht op de transitievergoeding Het recht op een transitievergoeding staat in artikel 7.673 van het Burgerlijk Wetboek. De transitievergoeding is enerzijds bedoeld ter compensatie van ontslag en anderzijds om de werknemer in staat te stellen de transitie naar een andere baan te vergemakkelijken. De vergoeding is bedoeld voor scholing of begeleiding naar ander werk, maar de werknemer is niet verplicht de vergoeding hieraan te besteden. De werknemer heeft recht op een transitievergoeding als de arbeidsovereenkomst: eindigt na opzegging door de werkgever eindigt na ontbinding van de arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever na een einde van rechtswege (bij een contract voor bepaalde tijd) op initiatief van de werkgever niet is voortgezet (hij biedt geen nieuw gelijkwaardig contract aan), tenzij de arbeidsrelatie niet is voortgezet wegens ernstige verwijtbaarheid van de werknemer (zie zevende lid); door de werknemer wordt opgezegd, op zijn verzoek door de kantonrechter wordt ontbonden of de werknemer een aangeboden voortzetting afslaat als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever dan wel wegens omstandigheden die geheel of grotendeels aan de werkgever zijn te wijten. Uitzonderingen Er bestaat geen recht op een transitievergoeding: Als de werknemer nog geen 18 jaar is en hij gemiddeld niet meer dan 12 uren in de week werkte. Bij het bereiken van de AOW- of andere pensioengerechtigde leeftijd van de werknemer. Ontslag bij ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer. Hoogte van de transitievergoeding De hoogte van de vergoeding is afhankelijk van de lengte van het dienstverband en de hoogte van het salaris. De transitievergoeding bedraagt ⅓ maandsalaris per gewerkt jaar of deel daarvan. De vergoeding moet tot op de dag nauwkeurig berekend worden, afronden op hele of halve jaren is niet toegestaan. De vergoeding is volgens de wet sinds 1 januari 2020 gemaximeerd op € 83.000 bruto, of op een jaarsalaris als dat hoger is dan € 83.000. Het maximum voor de transitievergoeding wordt steeds per 1 januari geïndexeerd. Werkgevers en werknemers mogen ook een hogere vergoeding overeenkomen, deze vastleggen in een beëindigingsovereenkomst, maar ook bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst. Bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst mag geen lagere vergoeding worden overeengekomen. Een rekentool om eenvoudig zelf de hoogte van de transitievergoeding te berekenen waarop de werknemer recht heeft, vind je   hier. In mindering brengen van kosten De werkgever kan onder voorwaarden kosten in mindering brengen, hij moet dit vooraf afstemmen met zijn werknemer en deze moet hiermee akkoord gaan. Het gaat dan om kosten van maatregelen in verband met het eindigen van de arbeidsovereenkomst, gericht op het voorkomen of bekorten van werkloosheid (transitiekosten). Ook kosten gemaakt tijdens het dienstverband t.b.v. de bredere inzetbaarheid van de werknemer kunnen in mindering worden gebracht (inzetbaarheidskosten). Inzetbaarheidskosten kunnen alleen betrekking hebben op de laatste 5 jaar voor het einde dienstverband, tenzij er een afspraak is over andere periode. Transitievergoeding na twee jaar ziekte Werknemers die na twee jaar ziekte in de WIA komen en waarvan de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd hebben recht op de transitievergoeding. Compensatie transitievergoeding Werkgevers die een transitievergoeding aan hun werknemers hebben betaald die na twee jaar ziekte zijn ontslagen, kunnen compensatie aanvragen voor dit bedrag bij UWV. De   voorwaarden en de aanvraag   staan uitvoerig vermeld op de site van UWV Transitievergoeding en loonbeslag Werknemers kunnen recht hebben op een transitievergoeding of een ontslagvergoeding. Als er sprake is van loonbeslag bij deze werknemer is het niet altijd vanzelfsprekend of de netto vergoeding naar de werknemer gaat of naar de schuldeiser. Loonbeslag Bij loonbeslag wordt door een schuldeiser beslag gelegd op het salaris of de uitkering van de schuldenaar. Loonbeslag wordt meestal uitgevoerd als de schuldenaar niet langer zijn financiële verplichtingen kan of weigert te voldoen. Het grote voordeel voor de deurwaarder en schuldeisers is dat de schuldenaar niet meer de kans krijgt zijn inkomsten te verbergen of uit te geven. Hiermee is loonbeslag een effectief inningsmiddel. We kennen twee soorten loonbeslagen: Bij een executoriaal beslag ligt er al een vonnis van de rechter. Dit vonnis kan dan direct ten uitvoer worden gebracht. Het conservatoir beslag is een bewarende maatregel, in afwachting van een vonnis van de rechter. Dit houdt in dat de schuldeiser verzekerd is van betaling wanneer hij, na toestemming van de rechter, overgaat tot invordering. Beslagvrije voet De deurwaarder kan geen beslag leggen op het volledige inkomen van de werknemer. Hij moet rekening houden met de beslagvrije voet. Dat is het deel van het inkomen dat een werknemer mag houden voor zijn vaste lasten en voor levensonderhoud. De hoogte van de beslagvrije voet is wettelijk vastgelegd. Wat het bedrag is hangt onder andere af van de gezinssamenstelling van de werknemer. De beslagvrije voet is minimaal 90% van de bijstandsnorm. Dit is inclusief vakantiegeld. De beslagvrije voet kan worden verhoogd. De beslaglegger moet bijvoorbeeld rekening houden met hoge woonlasten en de premie voor de ziektekostenverzekering. Ook kan de beslaglegger in sommige gevallen beslag leggen op het inkomen van de partner van de werknemer. Op andere inkomsten, zoals kinderbijslag, huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderopvangtoeslag en tegemoetkoming schoolkosten kan de deurwaarder in principe geen beslag leggen, op een enkele uitzondering na: De zorgverzekeraar kan, door tussenkomst van het CAK, beslag leggen op de zorgtoeslag als er een premieschuld is op de basisverzekering. Dit geldt dus niet voor schulden op de aanvullende verzekering. Bij een huurschuld kan de verhuurder beslag leggen op de huurtoeslag. Een kinderopvangorganisatie kan beslag leggen op de kinderopvangtoeslag bij een schuld aan de kinderopvangorganisatie. De Belastingdienst mag op alle bovengenoemde toeslagen beslag leggen als er belastingschulden zijn. Welk inkomen valt onder beslag? Loonbeslag is een momentopname. Alle loonvorderingen die een werknemer heeft op zijn werkgever op basis van een bestaande rechtsverhouding (arbeidsovereenkomst) op het moment dat beslag wordt gelegd, vallen onder het loonbeslag. Dat betekent dat ook dat toekomstige loonbetalingen op basis van de arbeidsovereenkomst hieronder vallen. Valt een ontslagvergoeding onder het loonbeslag? Deze vraag is moeilijk te beantwoorden. Ze is afhankelijk van het feit of de ontslagvergoeding rechtstreeks voortvloeit uit de arbeidsverhouding of dat er sprake is van een nieuwe overeenkomst met een bijbehorende ontslagvergoeding. Als ten behoeve van het ontslag een beëindigingsovereenkomst wordt opgesteld tussen werkgever en werknemer waarin de ontslagvergoeding expliciet is genoemd, is er sprake van een nieuwe overeenkomst en zou dit tot gevolg kunnen hebben dat het bestaande beslag de ontslagvergoeding niet raakt. Anders is dit als er sprake is van een transitievergoeding. Als een werknemer na twee jaar ziekte in de WIA komt en de werkgever vraagt een ontslagvergunning aan bij UWV, heeft de werknemer recht op een transitievergoeding. Omdat deze vergoeding na twee jaar ziekte rechtstreeks voortvloeit uit de arbeidsovereenkomst, valt zij onder het loonbeslag. De werkgever kan overigens voor de uitgekeerde transitievergoeding compensatie aanvragen bij UWV. Ook in het geval een transitie- of beëindigingsvergoeding wordt toegekend door de kantonrechter, wordt er geen vaststellingsovereenkomst gesloten en kan worden gesteld dat de vergoeding onder het loonbeslag valt. In geval van twijfel is het raadzaam een jurist te raadplegen. Toeslagen Transitievergoedingen en ontslagvergoedingen kunnen van invloed zijn op eventuele toeslagen waarop de werknemer recht heeft. Rekening houdende met deze vergoedingen zou de werknemer in dat jaar ten onrechte ook de toeslagen ontvangen die hij later, kan een paar jaar zijn, moet terugbetalen. Het is raadzaam om de werknemer hierop te attenderen zodat hij op de site van de belastingdienst, de   toeslagen van dat jaar tijdelijk kan verminderen of uitzetten.     Publishing Date : 8/18/2020
Volledig artikel weergeven
29-12-2021 09:21
  • 0 Antwoorden
  • 0 kudos
  • 107 Weergaven
Hier vind je de overzichten   Looncodes en indicaties 2020   en   2021   in verband met WAB en WNRA. Codes loonheffingen v1 - 2020 Codes loonheffingen v1 - 2021
Volledig artikel weergeven
01-01-2021 01:00 (Bijgewerkt op 29-12-2021)
  • 0 Antwoorden
  • 0 kudos
  • 246 Weergaven
Samenvatting voor de uitvoering Per 1-1-2021 vereenvoudiging loonbeslag wetgeving, met name over het vaststellen van de beslagvrije voet Coördinerend deurwaarder is aanspreekpunt (ook bij meerdere beslagen), voor beslaglegger/schuldeiser en schuldenaar. Met andere woorden: vragen van de schuldenaar of beslaglegger gaan allemaal via de coördinerende deurwaarder Op basis van Basis Registratie Personen (BRP) en de polisadministratie wordt de beslagvrije voet berekend. Geen of nagenoeg geen uitvraag meer van inkomens- en overige gegevens nodig Schuldenaar krijgt controlerende taak, binnen 4 weken reageren op mededeling beslagvrije voet indien deze onjuist is vastgesteld volgens de schuldenaar. Minimaal 1x per jaar wordt de beslagvrije voet opnieuw vastgesteld. Rol werkgever beperkt tot inhouden schuld op loon met inachtneming van de vastgestelde beslagvrije voet. Voor wat betreft de bewaartermijnen houdt de werkgever rekening met wettelijke regelingen, (AVG, Wet op de loonbelasting 1964, Algemene wet inzake rijksbelastingen) en  auditverplichtingen. Zie het overzicht ‘bewaartermijnen’ op de W&R community.Informatie Informatie Zie de zeer toegankelijke site van de Rijksoverheid over dit onderwerp via: www.uwbeslagvrijevoet.nl Doel wetgeving Het doel is dat de administratieve lasten en de regeldruk voor zowel de schuldenaar als schuldeiser/beslaglegger als derde-beslagene in het nieuwe vereenvoudigde systeem ten opzichte van het huidige systeem afnemen door: het terugbrengen van het aantal noodzakelijke gegevens om de beslagvrije voet te berekenen; het gebruik van gegevens uit de BRP en de polisadministratie; de beperkte uitvraag van gegevens bij de schuldenaar op een geüniformeerde wijze; een eenvoudiger (geautomatiseerde) rekenmethodiek; de rol van de coördinerende deurwaarder; De schuldenaar hoeft in beginsel, behoudens in een beperkt aantal uitzonderingsgevallen, geen informatie meer aan te leveren voor de berekening van zijn beslagvrije voet. Wanneer de deurwaarder beslag legt, zal hij de schuldenaar informeren over de beslagvrije voet, inclusief de gegevens die daarvoor gebruikt zijn. De schuldenaar kan dan zijn gegevens en de berekende beslagvrije voet controleren. Ook voor de schuldenaar zal de genoemde rekentool toegankelijk zijn, zodat het voor hem mogelijk is om de gehanteerde beslagvrije voet te controleren. In vergelijking met het huidige systeem hoeft de schuldenaar niet standaard een veelheid aan gegevens meer aan te leveren. Een juiste berekening van de beslagvrije voet staat in vrijwel los van de mate waarin de schuldenaar informatie aanlevert. Alle vragen van de schuldenaar of schuldeiser/beslaglegger worden afgehandeld door de coördinerend deurwaarder, die is het aanspreekpunt. Algemene informatie voor de schuldenaar Als u uw rekeningen niet op tijd betaalt, kunt u te maken krijgen met beslag op uw inkomen of toeslag Als u een schuld heeft kan dit worden ingehouden op uw lopende uitkering of loon. Uw uitkeringsinstantie of werkgever maakt dan een deel van uw uitkering of loon over aan de beslaglegger. U ontvangt dan minder uitkering of loon, want u betaalt hiermee een deel van uw schuld af. Soms kan er beslag gelegd worden op meerdere inkomstenbronnen. Bijvoorbeeld als u inkomen ontvangt van verschillende werkgevers of (uitkerings)instanties.  Andere vormen van beslag Er zijn verschillende beslagvormen. Bij een inkomensvordering wordt beslag gelegd op uw loon of uitkering. Het kan ook voorkomen dat er beslag op uw kindgebonden budget, huur- of zorgtoeslag wordt gelegd. Of op een bedrag dat u terugkrijgt van de Belastingdienst. Als er beslag wordt gelegd op uw betaalrekening, dan is er sprake van een overheidsvordering. Op uw model mededeling beslagvrije voet staat vermeld met welk soort beslag u te maken heeft. Ga voor meer informatie over de verschillende beslagvormen naar de website van de Belastingdienst. Niet iedereen mag beslag leggen Deurwaarders of schuldeisers mogen niet zomaar beslag leggen op inkomen. De beslaglegger moet daarvoor bijvoorbeeld toestemming hebben van een rechter. Dit betekent dat hij moet beschikken over een vonnis, een dwangbevel, een beschikking of een notariële akte. De beslagvrije voet Als er beslag is gelegd op inkomen moet er een minimum bedrag overblijven om in de basiskosten van levensonderhoud te voorzien. Daar heeft de schuldenaar recht op. De schuldenaar houdt altijd een minimum bedrag over van het inkomen. Dit is de beslagvrije voet. Het bedrag boven de beslagvrije voet wordt verdeeld onder de schuldeisers om de schulden af te betalen. Model Mededeling beslagvrije voet De schuldenaar ontvangt een brief met een formulier (de model mededeling) wanneer een beslaglegger beslag legt op het inkomen. In de model mededeling staan de gegevens die gebruikt zijn om de beslagvrije voet te berekenen en de contactgegevens van de beslaglegger. Op basis van inkomen en leefsituatie wordt de beslagvrije voet vastgesteld. De beslaglegger berekent dit met gegevens van de schuldenaar uit de Basisregistratie Personen (eerder bevolkingsregister) en de UWV Polisadministratie (een register met Nederlandse inkomstengegevens). De gegevens van de model mededeling kloppen niet? Als de gegevens in de model mededeling niet kloppen geeft de schuldenaar dit aan bij de beslaglegger. De contactgegevens zijn vermeld in de brief. De schuldenaar geeft dan zelf de juiste gegevens door. Na ontvangst van de model mededeling beslagvrije voet heeft de schuldenaar vier weken om het aan te geven als de gegevens niet kloppen. Als de schuldenaar de correcte gegevens doorgeeft, dan moet de beslaglegger de beslagvrije voet herberekenen. De beslaglegger moet hier dan met terugwerkende kracht rekening mee houden. Geeft de schuldenaar de correcte gegevens na vier weken door? Dan houdt de beslaglegger pas vanaf dat moment rekening met de nieuwe berekening. Hoe lang is de beslagvrije voet geldig? Uw beslagvrije voet is maximaal 1 jaar geldig. Daarna moet de beslaglegger uw beslagvrije voet opnieuw berekenen op basis van actuele informatie. Die haalt de beslaglegger weer uit de Basisregistratie Personen en de UWV Polisadministratie. De beslaglegger moet de beslagvrije voet ook opnieuw berekenen wanneer er nieuwe informatie bekend is vanuit de Basisregistratie Personen en de UWV polisadministratie. Omdat de beslagvrije voet wordt bepaald met actuele inkomensgegevens zou het iedere maand opnieuw moeten worden vastgesteld. De schuldenaar ontvangt namelijk maandelijks een inkomen. Dit is niet handig. In veel gevallen verandert het inkomen in de loop van 12 maanden niet veel. In de wet is daarom opgenomen dat de beslagvrije voet maximaal 12 maanden mag worden gebruikt. Om de beslagvrije voet actueel te houden moet deze minimaal elke 12 maanden opnieuw berekend worden. Wat is de rol van de werkgever als er beslag wordt gelegd op het inkomen? Als er beslag gelegd wordt op het inkomen van de schuldenaar krijgt de werkgever het verzoek om het loon in te houden. Dit deel van uw loon gaat dan naar de beslaglegger. Moet ik de werkgever op de hoogte stellen als mijn beslagvrije voet wijzigt? Nee, de beslaglegger geeft de wijziging door aan uw werkgever. Voorbeeld model mededeling beslagvrije voet Alle relevante teksten, procedures en begrippen uit de wetgeving en de memorie van toelichting Bepalen beslagvrije voet In het nieuwe systeem wordt de beslagvrije voet zo veel mogelijk bepaald op basis van gegevens uit voor de deurwaarder beschikbare registraties: uit de BRP voor: burgerservicenummer (BSN); adresgegevens; leefsituatie (alleenstaande, alleenstaande ouder, gehuwd met of zonder kinderen); uit de polisadministratie voor: de identiteit van de inkomensverstrekker(s) van de schuldenaar; de benodigde inkomensgegevens. BRP: leefsituatie Om de leefsituatie vast te stellen moet elke beslagleggende partij kunnen beschikken over de volgende informatie uit de BRP: de op het adres ingeschreven personen; de relatie waarin deze personen ten opzichte van elkaar zijn opgenomen in de BRP: gehuwd (artikel 3 Participatiewet); eigen kind/stiefkind (artikel 4, eerste lid, onderdeel d. Participatiewet); alleenstaande ouder (artikel 4, tweede lid, onderdeel a. Participatiewet). Polisadministratie: inkomensgegevens Naast de leefsituatie, dient de deurwaarder inzicht te hebben in de hoogte van het belastbaar inkomen van de schuldenaar bij de (verschillende) inkomensverstrekker(s), alsmede de identiteit van de (verschillende) inkomensverstrekker(s) om aldus vast te stellen bij wie hij beslag dient te leggen op basis van artikel 475c Rv en de hoogte van de beslagvrije voet te kunnen bepalen. Indien de schuldenaar een partner heeft, is voor een juiste vaststelling van de hoogte van de beslagvrije voet tevens de hoogte van het belastbaar inkomen van de partner noodzakelijk. Deze gegevens zullen afkomstig zijn uit de polisadministratie Het gaat om: de hoogte van het loon voor loonheffing van de afgelopen drie maanden van de schuldenaar en van zijn eventuele partner; het feit of reserveringen plaatsvinden voor vakantiebijslag of een dertiende maand van de schuldenaar en van zijn eventuele partner; de identiteit, naam, adres en vestigingsplaats van de (verschillende) inkomensverstrekker(s); het bedrag dat op de verschillende inkomensbestanddelen wordt ingehouden voor loonbelasting/premie volksverzekeringen en de bijdrage Zorgverzekeringswet voor het bepalen van de netto hoogte van het niet beslagen inkomen van de schuldenaar en van zijn eventuele partner. (Zie bijlage 3 bij de Wet voor een volledig overzicht van de gegevens die uit de polisadministratie beschikbaar zijn voor de beslaglegger).   De nieuwe berekening van de beslagvrije voet Deurwaarders en andere partijen die de beslagvrije voet moeten berekenen dan wel bij hun incassotrajecten hanteren, moeten de beslagvrije voet juist berekenen. Hiervoor moeten partijen inzicht hebben in het (belastbaar) inkomen van de schuldenaar en diens eventuele partner en in de leefsituatie van de schuldenaar. Deze gegevens kunnen deurwaarders opvragen uit de polisadministratie van het UWV en de BRR. Ten opzichte van de huidige situatie waarin de gegevens moeten worden uitgevraagd bij de schuldenaar zelf, zal dit de administratieve lasten voor zowel de deurwaarder als de schuldenaar aanzienlijk verminderen.  In situaties waarin de noodzakelijke gegevens in de beschikbare registraties ontbreken of niet eenduidig zijn, is nog steeds uitvraag bij de schuldenaar nodig. Deze uitvraag zal beperkt zijn tot een overzichtelijke set van gegevens, die voor de schuldenaar herkenbaar en eenvoudig aan te leveren zijn. In de polisadministratie zijn gegevens opgenomen van alle dienstbetrekkingen en uitkering relaties conform de Wet op de loonbelasting. Het belastbaar inkomen van de meeste schuldenaren kan derhalve worden verkregen door het raadplegen van de polisadministratie. Inkomen dat niet in de polisadministratie is opgenomen, zal moeten worden uitgevraagd bij de schuldenaar. Denk hierbij aan partner- of kinderalimentatie die de schuldenaar ontvangt van de ex-partner. Net als nu zal daarom dit inkomen dienen te worden uitgevraagd bij de schuldenaar zelf. De informatieplicht van de schuldenaar is in het huidige systeem aanwezig en verandert met deze wet niet. De informatie die wordt gevraagd, beperkt zich veel meer dan nu het geval is tot eenvoudige gegevens. Slechts in bijzondere situaties, die zich slechts voordoen bij een beperkt aantal van de schuldenaren, zullen schuldenaren op verzoek van de beslaglegger separaat informatie moeten aanleveren. Denk hierbij aan schuldenaren met een koopwoning en woonkosten. Deze groep is circa 6% van het totaal aantal schuldenaren waarbij beslag een rol speelt. Slechts wanneer deze mensen een belastbaar jaarinkomen hebben van boven € 14.946,47 bij alleenstaande (in 2016) is het van belang dat zij hun woonkosten aan de deurwaarder doorgeven. In het geval dat de schuldenaar een bijstandsuitkering ontvangt, is 5% van deze uitkering beschikbaar voor aflossing van de schulden.  De maandelijkse inhouding van het vakantiegeld bedraagt voor bijstandsgerechtigde ook 5%. Dit betekent dat de gemeente (in de rol van derde-beslagene) op twee manieren de afdracht aan de deurwaarder kan inrichten. De gemeente kan maandelijks 5% afdragen aan de deurwaarder of de gemeente kan de reservering voor het vakantiegeld reserveren voor de afdracht aan de deurwaarder en dit bedrag eens per jaar afdragen in mei. Gemeenten kunnen zelf bepalen hoe ze de uitvoering inrichten. De uitvoering moet in ieder geval leiden tot een afdracht van 5% van de voor betrokkene geldende bijstandsnorm.   De controlerende taak van de schuldenaar In het nieuwe systeem zal de deurwaarder op basis van gegevens uit de polisadministratie en BRP zo veel mogelijk de beslagvrije voet berekenen. Zoals hierboven beschreven zullen deze bronnen niet in alle gevallen de benodigde gegevens hebben voor een correcte berekening. Daarom is het proces zo ingericht dat de deurwaarder uiterlijk op het moment van betekenen van het beslagexploot de schuldenaar schriftelijk informeert over de vastgestelde beslagvrije voet en de gegevens die daardoor gebruikt zijn. De schuldenaar heeft dan vier weken de tijd om te reageren indien de gegevens en daarmee de vastgestelde beslagvrije voet niet kloppen. De schuldenaar dient dan de juiste gegevens te communiceren zodat de deurwaarder de berekening kan aanpassen. In deze situatie hoeft de schuldenaren veel minder informatie aan te leveren, dan voorheen. Deze controlerende taak zorgt formeel voor meer regeldruk bij de schuldenaar. In het oude systeem had een schuldenaar in principe ook al een dergelijke rol, gezien de deurwaarder grotendeels afhankelijk was van de schuldenaar voor informatie. Echter is deze taak nu expliciet in de wet vastgelegd. Hierdoor is geborgd dat de schuldenaar expliciet wordt geïnformeerd over de berekende beslagvrije voet, daarnaast geeft deze aanpassing rechtszekerheid voor de beslaglegger, gezien hij na vier weken mag aannemen dat hij de beslagvrije voet heeft gebaseerd op de juiste gegevens. De verwachting is dan ook dat de werkelijke regeldruk voor schuldenaren zal afnemen omdat ze naar een situatie gaan waarin ze een kleine hoeveelheid gegevens moeten controleren in plaats een grote hoeveelheid gegevens zelf moeten aanleveren.   Herberekening van de beslagvrije voet De deurwaarder is verplicht en bevoegd om de beslagvrije voet te herberekenen. Een verplichting ontstaat indien een termijn van 12 maanden is verstreken of wanneer de deurwaarder wordt geïnformeerd over een structurele wijziging van omstandigheden die invloed hebben op de berekening. De deurwaarder is bevoegd om de beslagvrije voet te herberekenen wanneer hij op een andere manier informatie ontvangt over een structurele wijziging. In het geval van een verplichte herberekening dient de deurwaarder de schuldenaar hierover altijd te informeren. Hierdoor kan de schuldenaar controleren of de gebruikte gegevens en daarmee de vastgestelde beslagvrije voet correct is. In de situatie waarin de deurwaarder de beslagvrije voet herberekend op basis van zijn bevoegdheid, dient hij de schuldenaar enkel te informeren wanneer de hoogte van de beslagvrije voet is aangepast.    Coordinerende deurwaarder Onder coördinerende deurwaarder wordt de deurwaarder verstaan, waaraan de derde-beslagene afdrachtplichtig is. Dat is de deurwaarder die het oudste executoriale beslag heeft gelegd. Indien de executie door deze deurwaarder niet wordt voortgezet, is de coördinerende deurwaarder de deurwaarder die volgend op de eerstgenoemde deurwaarder beslag heeft gelegd. Het is ook mogelijk dat de coördinerende deurwaarder de inning in onderlinge overeenstemming met een andere deurwaarder, die jegens een schuldenaar gerechtigd is beslag te leggen, en onder kennisgeving aan de derde-beslagene en de schuldenaar overdraagt aan deze andere deurwaarder.  De betrokken deurwaarders hebben de mogelijkheid  om af te spreken welke deurwaarder de inning verzorgt. De coördinerende deurwaarder stelt in de nieuwe systematiek van de beslagvrije voet bij samenlopende derdenbeslagen de beslagvrije voet vast, stelt deze zo nodig opnieuw vast en informeert zo nodig latere beslagleggende partijen over de door hem gehanteerde beslagvrije voet (zie de artikelsgewijze toelichting bij de artikelen 475d en 475i). Voorts is de coördinerende deurwaarder verantwoordelijk voor de inning en verdeling (zie de artikelsgewijze toelichting bij artikel 478). Vaststelling afwijkende beslagvrije voet (artikel 475e) In het nieuwe systeem geldt voor een aantal bijzondere groepen onder bepaalde voorwaarden een afwijkende berekening van de beslagvrije voet. Dit betreft personen die: geen vaste woon- of verblijfplaats binnen Nederland hebben woningbezitters personen die in een inrichting verblijven. Personen die geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland hebben. Binnen deze groep zijn drie subgroepen te onderscheiden: schuldenaren die in het BRP geregistreerd staan als «vertrokken onbekend waarheen» (VOW) en van wie geen woon- of verblijfplaats bekend is, waardoor het voor de deurwaarder ook niet mogelijk is om zekerheid te krijgen over de leefsituatie van de schuldenaar; schuldenaren met alleen een briefadres (ook hier is het voor de deurwaarder niet mogelijk om duidelijkheid te krijgen inzake de leefsituatie); schuldenaren die een vaste woon- of verblijfplaats buiten Nederland hebben (voor deze schuldenaren geldt dat de deurwaarder geen zicht heeft op eventuele neveninkomsten, nu in het buitenland verworven inkomen niet in polisadministratie is opgenomen).   Bewaartermijnen Vanwege de auditverplichting worden de geraadpleegde gegevens op dit moment twee jaren bewaard.  01-03-2021/JD
Volledig artikel weergeven
01-01-2021 01:00
  • 0 Antwoorden
  • 0 kudos
  • 102 Weergaven
Informatie Verordening (EG) 1896/2006 tot invoering van een Europese betalingsbevelprocedure. Verordening (EG) 44/2001 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken. Doel wetgeving / procedure Het Europese betalingsbevel (EB)is een gestandaardiseerde (Europese) procedure die het innen van geldvorderingen van grensoverschrijdende handelsvorderingen in andere Europese landen sneller, makkelijker en goedkoper maakt. In tegenstelling tot een “gewone” procedure, wordt de schuldenaar in een EB-procedure niet (op voorhand) door de rechter gehoord. Maar hoe werkt zo’n EB-procedure? Procedure Een EB-verzoek wordt via een standaardformulier voor grensoverschrijdende handelsvorderingen bij een rechter ingediend. Bij welke rechter u het EB-verzoek indient, wordt bepaald door een andere Europese verordening (Verordening (EG) 44/2001).Meestal is dit de rechter in het land waar de schuldenaar is gevestigd of zijn woonplaats heeft, maar uitzonderingen zijn mogelijk. Op het formulier vermeldt u: de partijgegevens; het grensoverschrijdende karakter (kortom: de schuldenaar moet in een andere EU-lidstaat zijn gevestigd); de hoogte van de vordering; eventuele renten en kosten waarop aanspraak wordt gemaakt; de grondslag van de vordering; welke bewijsstukken beschikbaar zijn. De rechter wijst het EB-verzoek toe: als de schuldenaar de vordering niet betwist; de vordering opeisbaar is op het moment dat het verzoek wordt ingediend. Duur en vervolg van de procedure De rechter neemt het EB-verzoek in behandeling nadat de nationale gerechtskosten (griffierecht) zijn voldaan. Als het verzoek aan de voornoemde eisen(onder het kopje procedure) voldoet en de rechter de vordering niet kennelijk ongegrond acht, wordt het EB binnen 30 dagen uitgevaardigd.  Let op: een vordering wordt bijvoorbeeld kennelijk ongegrond geacht wanneer de schuldeiser geen bewijs voor de vordering aanbiedt of wanneer de vordering op onjuiste facturen is gebaseerd.  Het gerecht laat het Europees betalingsbevel vervolgens zelf aan de schuldenaar betekenen, dit bespaart de schuldeiser tijd en geld.  Na de betekening van het bevel heeft de schuldenaar de mogelijkheid om  (a) de vordering te voldoen of  (b) binnen 30 dagen een verweerschrift in te dienen. Let op: de schuldenaar hoeft daarbij slechts aan te geven dát hij de vordering betwist. De gronden waarop hoeft hij niet te noemen. Wat als uw schuldenaar verweer instelt? In dat geval wordt de EB-procedure automatisch omgezet in een “gewone” procedure naar het nationale recht van de bevoegde rechter, tenzij de schuldeiser hiertegen op voorhand, dat wil zeggen bij indiening van het EB-verzoek, bezwaar maakt. Bezwaar kan bijvoorbeeld voortvloeien uit een tijd- en kostenoverweging in relatie tot de omvang van de vordering. Stelt de schuldenaar niet binnen 30 dagen verweer in? Dan verklaart de rechter het Europees betalingsbevel onmiddellijk uitvoerbaar bij voorraad. Het gerecht stuurt het betalingsbevel, dat in alle EU-lidstaten wordt erkend, vervolgens naar de schuldeiser. De schuldeiser kan het Europees betalingsbevel vervolgens zonder aanvullende gerechtelijke verklaring door een deurwaarder ten uitvoer laten leggen.  Conclusie / Aandachtspunten Een EB-verzoek is relatief eenvoudig en kan door de schuldeiser in gang worden gezet. Er zijn wel aandachtspunten, bijvoorbeeld met betrekking tot de bevoegdheid van de rechter en het eenvoudig te voeren verweer.  Het voordeel van de EB-procedure is dat de schuldeiser binnen circa 60 dagen een uitvoerbaar Europees betalingsbevel in bezit heeft voor handelsvorderingen die niet betwist worden. Betwist de schuldenaar de vordering alsnog, dan heeft de schuldeiser in ieder geval al de eerste stap naar de incasso van de vordering gezet. Tip voor de uitvoering Komt er een Europees betalingsverzoek binnen, dan kan dat in de taal van de betreffende lidstaat zijn. Via onderstaande link kom je bij de europese procedurebeschrijving. In bijlage 1 kun je ook het nederlandse model formulier raadplegen (Google translate even op de juiste taal instellen):    https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32006R1896&from=NL
Volledig artikel weergeven
01-01-2021 01:00
  • 0 Antwoorden
  • 0 kudos
  • 93 Weergaven
Kennisdocument oproep in het kader van de Wet arbeidsmarkt in balans In dit document wordt ingegaan op de nieuwe wet- en regelgeving met betrekking tot de 'oproep', inclusief de recente verduidelijking van de wet van 1 juli 2021 over de ingangsdatum van de vaste arbeidsomvang. Vragen en antwoorden Leidt overwerk tot een oproepovereenkomst? Als er een vaste arbeidsomvang is afgesproken (per week, per maand, of per jaar met een gelijkmatige loonspreiding), dan is er geen sprake van een oproepovereenkomst (mits er ook geen onvergoede beschikbaarheids-/consignatiediensten zijn afgesproken). Overwerk leidt dus niet tot het aannemen van een oproepovereenkomst, ook niet als er veel wordt overgewerkt. Let op: Als de vaste arbeidsomvang van een vast contract dat voldeed aan de voorwaarden voor de lage WW-premie, met meer dan 30% wordt overschreden, moet de premie worden herzien naar de hoge premie. Relevant is ook dat een werknemer ook nog steeds een beroep kan doen op het bestaande rechtsvermoeden van een bepaalde arbeidsomvang (7:610b BW). Dus: er is geen sprake van een oproepovereenkomst, er kan natuurlijk wel een beroep worden gedaan op een hogere overeengekomen arbeidsduur na 3 maanden op grond van het huidige rechtsvermoeden. Geldt voor parttimers die regelmatig overwerken dat er ook een aanbod voor een vaste arbeidsomvang moet worden gedaan na 12 maanden? Nee. Als er een vaste arbeidsomvang is afgesproken (per week, per maand, of per jaar met een gelijkmatige loonspreiding), dan is er geen sprake van een oproepovereenkomst (mits er ook geen onvergoede beschikbaarheids-/consignatiediensten zijn afgesproken). Overwerk leidt dus niet tot het aannemen van een oproepovereenkomst, ook niet als er veel wordt overgewerkt. Dat betekent dat de oproepmaatregelen voor deze overeenkomsten niet gelden. Zie verder het vorige antwoord met betrekking tot de 30%-toets en het rechtsvermoeden. Tellen alle typen arbeidsovereenkomsten mee voor de berekening voor de periode van 12 maanden waarna een aanbod moet worden gedaan? De wet stelt: Indien sprake is van een oproepovereenkomst, doet de werkgever steeds een aanbod als de arbeidsovereenkomst 12 maanden heeft geduurd. Dit betekent dat als er 12 maanden een arbeidsovereenkomst is geweest verplicht een aanbod gedaan moet worden voor een vaste arbeidsomvang, als na die periode sprake is van een oproepovereenkomst. Hierbij worden verschillende arbeidsovereenkomsten samengeteld. Dit betekent ook dat arbeidsovereenkomsten, die niet gelden als oproepovereenkomsten, meetellen voor de berekening van de periode van 12 maanden en de tussenpoos. Een contract met een jaarurennorm is geen oproepovereenkomst. Maar is een jaarurennorm niet in strijd met de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag? Uitgangspunt van de wet is inderdaad dat de gewerkte uren ten minste op minimumloonniveau verloond worden, binnen de betalingstermijn die hiervoor staat. Artikel 11 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml) voorziet echter in de mogelijkheid om een jaarurensystematiek te hanteren als dat bij cao is overeengekomen. Bij een jaarurensystematiek kan de loonbetaling gelijkmatig worden uitgespreid, terwijl het aantal gewerkte uren binnen dat jaar fluctueert. De periode waarvoor dit mogelijk is, kan maximaal een jaar beslaan. Het is uiteraard van belang om dit duidelijk overeen te komen in de cao en met de werknemer. Ook is het van belang om de gewerkte uren goed te registreren. Toegepast op het voorbeeld dat je geeft: als aan de voorwaarden in de Wml met betrekking tot een jaarurensystematiek wordt voldaan, is er in beginsel geen sprake van een overtreding van de wet in de maanden dat er 150 uren wordt gewerkt. Het klopt uiteraard wel dat voor die uren ten minste het WML moet worden betaald, dit kan echter op jaarbasis (in dit voorbeeld) worden bekeken. Hoe moet de oproep- en afzegtermijn van 4 (kalender)dagen in lid 2 en 3 worden geïnterpreteerd? Er moet ten minste 4 dagen van tevoren worden opgeroepen. Zoals al is gemeld telt de werkdag niet mee. Dit betekent dat als op vrijdag gewerkt wordt, uiterlijk maandag moet worden opgeroepen. Dat kan inderdaad ook s avonds zijn. De 4 dagen-termijn sluit aan bij artikel 4:2 van de Arbeidstijdenwet. Zekerheidshalve is het prima als een werkgever 96 uur aanhoudt. Bij cao kan overigens een andere (ook langere of kortere) termijn gelden. Stel dat werknemer A is opgeroepen (en de oproep heeft geaccepteerd) maar vervolgens niet op de werkplek verschijnt en niet de werkgever hiervan op de hoogte stelt. Werknemer B is bereid om dit werk op te pakken en gaat aan de slag. Een paar uur later verschijnt werknemer A alsnog op de werkplek. Het werk wordt echter inmiddels verricht door werknemer B en er is geen ander werk dat werknemer A kan verrichten. Is de oproep dan ingetrokken in de zin van lid 3? Of komt dit voor rekening van de werknemer? De oproep is niet ingetrokken, want het is niet aan de werknemer medegedeeld dat zijn oproep wordt ingetrokken. Daardoor staat de oproep nog steeds. Wel is van belang dat de normale risicoverdeling van 7:627 en 7:628 natuurlijk wel gewoon nog geldt. Als het nietverrichten van de arbeid voor rekening van de werknemer hoort te komen, is geen loon verschuldigd. Steeds als de arbeidsovereenkomst 12 maanden heeft geduurd moet de werkgever een aanbod doen voor een vaste arbeidsomvang die tenminste gelijk is aan de gemiddelde arbeid in de voorafgaande 12 maanden. In de praktijk kan het een uitdaging zijn om bij opvolgend werkgeverschap de duur van de voorafgaande arbeidsovereenkomst en de arbeidsomvang correct vast te stellen. Hoe kan de werknemer de werkgever informeren over opvolgend werkgeverschap en in hoeverre mag de werkgever daarop vertrouwen (bij onjuiste of onvolledige gegevens)? Kan een werknemer worden verplicht om zijn loonstroken te overleggen? Uit de loonstroken zou inderdaad de inzet van de werknemer worden afgeleid. Wel is relevant dat op de loonstrook de datum van indiensttreding niet verplicht is (7:626 BW). In feite is het vormvrij hoe de werknemer de werkgever informeert. Het is aan de werkgever om hier zelf ook juist onderzoek naar te doen en dit bijvoorbeeld aan de werknemer te vragen en bijvoorbeeld relevante stukken op te vragen (mits natuurlijk nog steeds een gerechtvaardigd belang in het kader van de Avg is). Dit is waarschijnlijk afhankelijk van de vraag in hoeverre de loonstrook noodzakelijke informatie over opvolgend werkgeverschap bevat. In de dertiende maand van de arbeidsovereenkomst moet de werkgever een vaste arbeidsomvang aanbieden waarbij geen sprake mag zijn van een uitsluiting van de loondoorbetalingsverplichting. Wanneer gaat de nieuwe arbeidsomvang gelden? Na aanvaarding van de werknemer geldt de nieuwe arbeidsomvang. Daarvoor heeft de werknemer een maand de tijd, dus het moment van aanvaarding is leidend. Per 1 juli 2021 is de wet op dit punt verduidelijkt. De bepaling schrijft reeds voor dat de werkgever na 12 maanden binnen een maand, dus in de dertiende maand, een aanbod moet doen voor een vaste arbeidsomvang. Deze maand kan de werkgever gebruiken om voorbereidingen te treffen om zijn bedrijfsprocessen op de nieuwe situatie aan te passen (als de werknemer het aanbod accepteert) en het aanbod voor te bereiden. De regering acht het wenselijk dat de vaste arbeidsomvang zo snel mogelijk daarna ingaat. Een maand acht de regering daarvoor een wenselijke termijn. Dat betekent dat wordt vastgelegd dat de vaste arbeidsomvang ingaat uiterlijk na twee maanden nadat de arbeidsovereenkomst 12 maanden heeft geduurd, dus op de eerste dag van de vijftiende maand. Op grond van lid 5 moet een aanbod worden gedaan voor een vaste arbeidsomvang die ten minste gelijk is aan de gemiddelde arbeidsomvang van de afgelopen 12 maanden. Bij de bepaling van de gemiddelde omvang gaat het om alle verloonde uren (ook ingetrokken uren). Stel dat door veelvuldige intrekking van uren het gemiddelde arbeidsomvang hoger ligt dan toegestaan volgens de Arbeidstijdenwet. Hoe moet er dan worden gehandeld? Het is aan de werkgever en werknemer om zorg te dragen dat hier geen sprake van is. Hierbij kan lering getrokken worden uit een eerdere zaak: Een eventuele strijdigheid met de Arbeidstijdenwet beïnvloedt niet van rechtswege de geldigheid van een tussen de partijen gesloten en geldende arbeidsovereenkomst.1 Mag een werkgever een oproepkracht wel verwijzen dat hij/zij op een andere locatie moet gaan werken of geldt er dan ook dat wij dit uiterlijk 4 dagen van te voren moeten doorgeven aan? Eerder heeft de regering al aangegeven dat de werkgever natuurlijk wel kan besluiten om de oproep niet in te trekken, maar de werknemer andere werkzaamheden te laten verrichten binnen de opgeroepen tijdstippen. Welke andere werkzaamheden (al dan niet bij een derde) de werknemer moet accepteren is natuurlijk afhankelijk van wat de bedongen arbeid van de werknemer is. Dit is ook relevant voor het kunnen wijzigen van de locatie. Als een werkgever in de arbeidsovereenkomst al een vaste locatie heeft aangewezen, kan hij dit niet zomaar wijzigen. Voor meer informatie en een stappenplan voor een dergelijke wijziging: https://www.juridischloket.nl/werk-en-inkomen/arbeidsvoorwaarden/werkplek/. Bron: Ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid
Volledig artikel weergeven
01-01-2021 01:00
  • 0 Antwoorden
  • 0 kudos
  • 92 Weergaven
Hoe de WAB financieel gaat uitpakken is voor elke organisatie anders. Met onze Scenario Planning software helpen wij je graag grip te krijgen op je personeelsbestand en de samenhangende kosten. Je kunt scenario’s opstellen waarin je doorrekent hoeveel je af te dragen WW-premie bedraagt bij verschillende samenstellingen van vast en flexibel personeel. Lees de bijlage of bekijk de video
Volledig artikel weergeven
01-01-2021 01:00
  • 0 Antwoorden
  • 0 kudos
  • 172 Weergaven
Door de WAB bied je waarschijnlijk veel vaker nieuwe dienstverbanden aan dan voorheen. De wet bepaalt dat zowel werkgever als werknemer deze schriftelijk moeten ondertekenen. De digitale handtekening in Youforce is een praktische en duurzame oplossing voor tweezijdig ondertekenen waarmee een volledig digitale afhandeling van dit proces wordt gerealiseerd. Digitaal ondertekenen geeft niet alleen meer grip op processen zoals indiensttreding, maar biedt ook gebruikersgemak aan (nieuwe) medewerkers en draagt bij aan modern werkgeverschap. Lees de bijlage of bekijk de video
Volledig artikel weergeven
01-01-2021 01:00
  • 0 Antwoorden
  • 0 kudos
  • 201 Weergaven
Visma | Raet en andere software-ontwikkelaars hebben met de   Belastingdienst   en het   Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid   afspraken gemaakt over het opgeven in de aangifte loonheffingen van een tijdelijke uitbreiding van het aantal uren en van een werkgeversbetaling werknemersverzekeringen in combinatie met loon. Lees het in de bijlage .
Volledig artikel weergeven
01-01-2021 01:00
  • 0 Antwoorden
  • 0 kudos
  • 169 Weergaven
Voor de WAB is een whitepaper beschikbaar.  Lees meer in de bijlage.  De datum waarop de Wet arbeidsmarkt in balans in werking treedt is 1 januari 2020. Lees onze whitepaper   Wegwijs in de WAB.
Volledig artikel weergeven
01-01-2021 01:00
  • 0 Antwoorden
  • 0 kudos
  • 168 Weergaven
Per 1 januari 2020 trad de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) in werking. De wet bevat een pakket maatregelen voor het herstel van de balans tussen vast en tijdelijk werk en heeft veel impact op je HR-processen en administratie. In deze groep vind je algemene informatie over de WAB. Productspecifieke informatie over de WAB vind je in de kennisbank van het product.
Volledig artikel weergeven
01-01-2021 01:00
  • 0 Antwoorden
  • 0 kudos
  • 87 Weergaven
De meeste onderdelen van de WAB, waaronder premiedifferentiatie WW, treden per 1 januari 2020 in werking. In   dit kennisdocument    wordt ingegaan op de nieuwe wet- en regelgeving met betrekking tot premiedifferentiatie WW. De Wet arbeidsmarkt in balans zoals gepubliceerd in het Staatsblad (Stb. 2019, 219 en 266) en de lagere regelgeving gepubliceerd in het Staatsblad (Stb. 2019, 236; 2019, 233) en de Staatscourant (Stcrt. 2019, 38919) zijn leidend.
Volledig artikel weergeven
01-01-2021 01:00
  • 0 Antwoorden
  • 0 kudos
  • 176 Weergaven