om een gepersonaliseerde navigatie te krijgen.
om een gepersonaliseerde navigatie te krijgen.
We willen je informeren dat Visma.net Payroll Release 291 gepland staat voor dinsdagavond 28 april 2026.
Dit zijn de bijbehorende release notes. Hierin vind je een gedetailleerd overzicht van de wijzigingen, nieuwe functionaliteit en opgeloste meldingen die geïmplementeerd zullen worden. We moedigen gebruikers aan om deze documentatie te raadplegen om volledig op de hoogte te zijn van de veranderingen die deze nieuwe release met zich meebrengt.
| Versie | Datum | Omschrijving van de wijzigingen |
| Concept | 24-04-2026 | Initiële publicatie van de concept release notes. |
| Definitief | 28-04-2026 | Definitieve versie voor release 291. De volgende Cao-inrichtingen zijn toegevoegd: |
Op 1 mei 2026 krijgt de belastingdienst een nieuw huisbank, zie Nieuwe bank Belastingdienst.
Vanaf mei gaan wij het nieuwe RABO-rekeningnummer toepassen in de bankbestanden voor afdrachten. Het oude ING-nummer blijft nog enige tijd bruikbaar.
Vanaf 2026 is de berekening van het voorschot bij ziekte SFB verbeterd. Deze aanpassing is specifiek van belang voor situaties waarin het tweede ziektejaar niet exact één jaar na de eerste ziektedag start. Dit komt voor wanneer er in het eerste ziektejaar periodes zijn geweest waarin je medewerker niet ziek was (zogeheten "gaten" in het ziekteverloop).
In de oude situatie kon er een onjuist voorschot worden berekend als de ziekteperiode onderbroken was. Dit is gecorrigeerd om aan te sluiten bij de systematiek van het UWV. Het UWV vergoedt in het tweede ziektejaar standaard 70% van het (maximum) dagloon. In het eerste ziektejaar is de vergoeding van het UWV daarentegen afhankelijk van de feitelijke betaling aan de medewerker; als je niet kort op het loon, vergoedt het UWV 100%.
Om de start van het tweede ziektejaar correct te markeren en de berekening foutloos te laten verlopen, hanteert Payroll de volgende logica:
Kortingspercentage invoeren: Je dient bij de start van het tweede ziektejaar altijd een korting van 30% op te geven via 11060 Ziekte SFB kortingspercentage. Hiermee herkent het systeem dat het tweede ziektejaar is aangebroken.
Aanvulling bij ziekte: Als er op de component 15590 Aanvulling ziekte SFB een factor is ingericht (ongelijk aan 0), dan negeert het systeem deze factor automatisch zolang er geen korting wordt toegepast. Het systeem voorkomt hiermee dat er een aanvulling wordt berekend over een salaris dat nog niet is gekort.
Door deze aanpassing sluit het berekende voorschot in Payroll altijd aan op de uitbetaling die je van het UWV verwacht, ook bij een onderbroken ziekteverloop in het eerste jaar.
Controleer in de verzuimmodule of bij medewerkers die instromen in het tweede ziektejaar de component 11060 Ziekte SFB kortingspercentage correct wordt gevuld met 30%. Dit is essentieel voor een juiste voorschotberekening en de aansluiting met de UWV-systematiek.
Er is een aanpassing doorgevoerd in de weergave van het percentage bijzonder tarief op de loonstrook. Voorheen werd dit percentage niet getoond wanneer de waarde op 0 stond. Omdat het voor de volledigheid van de loonstrook belangrijk is dat je ook een nultarief kunt verifiëren, is dit gecorrigeerd.
Vanaf periode 5 van 2026 wordt het percentage bijzonder tarief altijd op de loonstrook weergegeven, ook als het percentage 0 is. Hiermee heb je als salarisadministrateur altijd direct inzicht in de toegepaste tarieven voor de werknemer.
Je hoeft geen actie te ondernemen. Deze wijziging wordt automatisch toegepast op alle loonstroken die vanaf periode 5 van 2026 worden gegenereerd.
Er is een verbetering doorgevoerd in de manier waarop het systeem de belasting bijzonder tarief verdeelt wanneer een medewerker meerdere inkomstenverhoudingen (IKV's) heeft. Dit is vooral belangrijk in situaties waarin voor de ene IKV de witte tabel van toepassing is en voor de andere IKV de groene tabel (bijvoorbeeld bij een nabetaling of transitievergoeding na uitdiensttreding).
Op werknemer niveau bepaalt het systeem de totale belasting bijzonder tarief. Dit totaal wordt vervolgens verdeeld naar de individuele IKV's.
Voorheen vond deze verdeling plaats op basis van de verhouding van het inkomen bijzonder tarief per IKV. Hierbij werd echter geen rekening gehouden met het verschil in belastingpercentage tussen de witte en de groene tabel. Omdat het belastingpercentage bij de groene tabel doorgaans aanzienlijk hoger is, leidde de oude rekenmethode tot een scheve verdeling van de belastingdruk over de verschillende IKV's. Ook al is deze verdeling voor de loonaangifte niet relevant, is het toch netter om deze verdeling beter te doen.
De berekening is aangepast zodat de verdeling van de belasting nu nauwkeuriger aansluit bij de werkelijke belastingdruk per IKV. Er wordt nu rekening gehouden met het toepasbare belastingpercentage per tabel (wit of groen). Hierdoor wordt er naar rato meer belasting toegewezen aan de IKV's waar de groene tabel van toepassing is.
Je hoeft geen handmatige actie te ondernemen. De nieuwe verdeelsleutel wordt automatisch per 2026 toegepast.
In de rapportage voor de Wet Normering Topinkomens (WNT) is een aanpassing doorgevoerd in de berekening van het bezoldigingsmaximum. Wanneer een medewerker een deeltijdfactor heeft die groter is dan 1,0, kon het maximale WNT-jaarbedrag in bepaalde situaties te hoog worden vastgesteld. Dit was met name het geval wanneer een contract gedurende het jaar startte of eindigde.
Volgens de regels moet er bij deze berekening met een maximale deeltijdfactor van 1,0 worden gerekend. Deze correctie is per 2026 doorgevoerd in het systeem.
Door deze wijziging kan de uitkomst van de WNT-berekening voor 2026 veranderen:
Het kan voorkomen dat er nu een overschrijding van het toegestane jaarmaximum wordt berekend die voorheen niet aanwezig was.
Een reeds bekende overschrijding kan door de gecorrigeerde deeltijdfactor nu hoger uitvallen.
Je vindt het betreffende overzicht via Rapportages → Rapportages → WNT overzicht.
Controleer het WNT overzicht voor medewerkers met een deeltijdfactor groter dan 1,0 om te bepalen of de gecorrigeerde berekening invloed heeft op een eventuele overschrijding van het bezoldigingsmaximum.
In situaties waarin sprake is van een vervroegde IVA of een slapend dienstverband in het derde ziektejaar waarbij het dienstverband doorloopt, vindt er bij PGB een premievrije pensioenopbouw plaats. Dit geldt voor het deel dat de werknemer ziek is en gaat in vanaf het moment dat de werknemer een WIA/IVA-uitkering ontvangt. Als er geen sprake meer is van pensioengevend loon, verwacht PGB dat de datum einde regelinggegevens (rubriek DatEindRegGeg) de datum van de start van de uitkering minus één dag bevat, en dat de indicatie einde deelname regeling (rubriek IndEindDln in UPA) de waarde 'J' krijgt.
Om aan de eisen van PGB te voldoen, hebben we de logica binnen Payroll aangepast.
Wat verandert er voor je?
In het geval van een slapend dienstverband of een vervroegde IVA waarbij er geen sprake meer is van een pensioengevend loon mag er vanaf dat moment geen pensioenpremie meer berekend worden over dat deel. De oplossing in het systeem is als volgt ingericht:
Datum einde regelinggegevens (rubriek DatEindRegGeg in UPA) krijgt de waarde van de startdatum van 33200 Werkgeversbetaling a.g.v. WW, WAO/WIA, WAJONG minus één dag.
Component 150150 Einddatum premieberekening pensioen IKV wordt als volgt bepaald:
Bij vervroegde IVA: de waarde van de startdatum op 33200 Werkgeversbetaling a.g.v. WW, WAO/WIA, WAJONG minus twee dagen.
Bij een slapend dienstverband: de waarde van de startdatum op 3400 Slapend dienstverband minus twee dagen.
Zodra component 150150 Einddatum premieberekening pensioen IKV een waarde heeft, wordt de indicatie einde deelname regeling (rubriek IndEindDln in UPA) automatisch gevuld met de waarde 'J'.
Om bovenstaande te realiseren moet je de juiste werkwijze hanteren om aan te geven dat er sprake is van een vervroegde IVA.
De volgende stappen moet je volgen wanneer er sprake is van een vervroegde IVA en er geen sprake is van een pensioengevend loon bij het pensioenfonds PGB:
Stap 1: Aanpassen van de deeltijdfactor ten behoeve van pensioenberekening
Vanaf de datum waarop de vervroegde IVA-uitkering ingaat, voer je een vaste transactie op bij 50100 HM Pensioen deeltijdfactor.
Wanneer de IVA-uitkering gedurende een periode start, moet de waarde van de deeltijdfactor, in de startperiode van de IVA, over de volledige maand worden opgegeven. Je berekent deze waarde door het aantal kalenderdagen waarover pensioen berekend moet worden te delen door het totaal aantal kalenderdagen in die periode, vermenigvuldigd met de deeltijdfactor op het contract. De periode daarop moet je dan een deeltijdfactor van 0 opgegeven.
Component: Selecteer 50100 HM Pensioen deeltijdfactor.
Aantal: Voer de deeltijdfactor van het gewerkte deel in.
Startdatum: Voer de datum in waarop de werknemer de vervroegde IVA-uitkering voor het eerst ontvangt.
Door de juiste waarde voor de deeltijdfactor te geven in de startperiode van de IVA en door een deeltijdfactor van 0 te geven in de periode volgend op de startperiode van de IVA, wordt de juiste premie in de startperiode berekend en in de periode daarna geen premie meer. Bovendien wordt dan de datum einde regelinggegevens (rubriek DatEindRegGeg in UPA) gevuld met de juiste waarde. Als de inkomstenverhouding nog niet beëindigd is, wordt de indicatie einde deelname regeling (rubriek IndEindDln in UPA) automatisch gevuld met de waarde 'J'.
Let op: Als er wel sprake is van een pensioengevend inkomen (van het werkdeel), dan mag de deeltijdfactor in de periode volgende op de startdatum van de IVA-uitkering niet op 0 gesteld worden, maar dan bevat de opgegeven deeltijdfactor de waarde van het werkdeel. In deze situatie wordt geen einde deelname geregistreerd omdat nog een deel pensioengevend is.
In deze voorbeelden gaan we uit van de maand april, die 30 kalenderdagen telt. De werknemer bouwt pensioen op over de periode vóór de IVA-uitkering (1 april tot en met 6 april = 6 dagen).
Voorbeeld 1: Werknemer met een deeltijdfactor van 1,00
Contract deeltijdfactor: 1,00
Berekening:
(6 dagen / 30 dagen) X 1,00 = 0,2000
Invoer: Bij 50100 HM Pensioen deeltijdfactor vul je bij het aantal 0,2000 in met startdatum 7 april 2026.
Voorbeeld 2: Werknemer met een deeltijdfactor van 0,80
Contract deeltijdfactor: 0,80
Berekening:
(6 dagen / 30 dagen) X 0,80 = 0,1600
Invoer: Bij 50100 HM Pensioen deeltijdfactor vul je bij het aantal 0,1600 in met startdatum 7 april 2026.
Stap 2: Korting op het salaris doorvoeren
Vanaf de datum waarop de vervroegde IVA-uitkering ingaat, voer je een bedrag op bij de 43660 Korting vanwege vervroegde IVA. Dit bedrag breng je in mindering op het salaris vanwege de vervroegde IVA.
Component: Selecteer 43660 Korting vanwege vervroegde IVA.
Bedrag: Voer het bedrag van de door de werknemer ontvangen IVA-uitkering in waarmee je het salaris wilt korten. Noteer dit bedrag als een negatief getal.
Let op: Als het bedrag van de IVA-uitkering hoger is dan het salaris (minus de korting wegens ziekte), voer je op deze component het bedrag op van het salaris minus de korting.
Startdatum: Geef de datum op vanaf wanneer de werknemer de vervroegde IVA-uitkering ontvangt of de datum vanaf wanneer je het salaris kort.
Stap 3: Nieuw contract en inkomstenverhouding aanmaken
Maak een nieuw contract aan met een deeltijdfactor van 0 en een salaris van 0. Gebruik hiervoor een nieuwe inkomstenverhouding die ingaat op de datum van de vervroegde IVA-uitkering:
De SV-verzekeringscodes zijn gelijk aan die van het reguliere contract.
Gebruik bij ‘Soort inkomen’ code 39 (Uitkering IVA).
Stap 4: Registratie van de uitkering in Payroll
Voer op dit nieuw aangemaakte contract een vaste transactie op voor de vervroegde IVA-uitkering. Dit doe je vanaf de datum waarop de uitkering ingaat.
Component: Selecteer 33200 Werkgeversbetaling a.g.v. WW, WAO/WIA, WAJONG.
Bedrag: Voer het bedrag van de IVA-uitkering in.
Startdatum: Voer de datum in waarop de werknemer de vervroegde IVA-uitkering voor het eerst ontvangt.
Heb je een werknemer in dienst waarbij er sprake is van een vervroegde IVA en waarbij er geen sprake meer is van een pensioengevend loon? Volg dan de bovenvermelde stappen. Voor situaties waarin de juiste werkwijze al gehanteerd was, wordt automatisch de UPA-aangifte hersteld met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026.
Situatie
Wanneer je de 44640 ORT compensatie bij ziekte berekent op basis van ziektedagen, liep deze vergoeding voorheen volledig door bij het ingaan van een slapend dienstverband. Dit week af van de berekening op basis van ziekte-uren, waarbij de uren wel naar rato werden verlaagd.
Oplossing
We hebben de verwerking van 44640 ORT compensatie bij ziekte aangepast. De compensatie op basis van ziektedagen stopt voortaan automatisch op het moment dat component 3400 Slapend dienstverband ingaat. Hiermee is de pro rata verlaging die al gold voor ziekte-uren, nu ook van toepassing op de ziektedagen.
Resultaat
De compensatie op basis van ziektedagen sluit nu volledig aan op de status van het dienstverband. Zodra component 3400 Slapend dienstverband actief wordt, stopt de betaling op 44640 ORT compensatie bij ziekte onmiddellijk. De verwerking van ziektedagen en ziekte-uren is hiermee gelijkgetrokken.
Je hoeft geen actie te ondernemen. De wijziging wordt automatisch toegepast in de salarisverwerking.
Zie verwijzing naar "Aanpassing pensioenaangifte PGB bij vervroegde IVA en slapend dienstverband".
De minimumbedragen voor vakantiegeld zijn aangepast. Alleen werknemers die op in de cao vastgelegde data de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, hebben recht op deze minimumbedragen. In Payroll wordt de leeftijd voor het al dan niet van toepassing zijn van een minimumbedrag bepaald op de laatste dag van de reserveringsperiode. Het minimumbedrag voor het vakantiegeld is in tabel 50100 Vakantiegeld minimum bedrag als volgt gewijzigd:
| Periode | Minimumbedrag per maand | Minimumbedrag per jaar | Minimumleeftijd | Uitbetalingsperiode | Leeftijd op einddatum reserveringingsperiode |
| 1 februari 2026 t/m 28 februari 2026 | €222,03 | €2.664,36 | 21 jaar op 30-6-2026 | 202606 | 21 |
| 1 maart 2026 t/m 30 juni 2026 | €228,69 | €2.744,28 | 21 jaar op 30-6-2026 | 202606 | 21 |
| 1 juli 2026 t/m 28 februari 2027 | €228,69 | €2.744,28 | 21 jaar op 30-6-2027 | 202706 | 21 |
| 1 maart 2027 t/m 30 juni 2027 | €235,55 | €2.826,60 | 21 jaar op 30-6-2027 | 202706 | 21 |
| Vanaf 1 juli 2027 | €235,55 | €2.826,60 | 21 jaar op 30-6-2027 | 202806 | 22 |
Per 1 januari 2026 geldt voor CAO Beroepsgoederenvervoer dat parttimers die tussen maandag en vrijdag meer uren werken dan hun contracturen (tot maximaal 40 uur per week) deze extra uren uitbetaald krijgen als overuren met 30% toeslag. De pensioenopbouw over deze meeruren wijzigt hierdoor eveneens.
Om dit correct te verwerken zijn twee nieuwe componenten toegevoegd op CAO-niveau:
Meeruren boven de fulltime periodenormuren 173,92 uur per maand, afgeleid van de CAO-jaaruren 2087,04 gedeeld door 12 tellen niet meer als meeruren, maar als reguliere overuren. Deze uren zijn in de uitbetalingsperiode niet pensioengevend (ze worden volgend jaar verwerkt, net als bij fulltimers) en horen geboekt te worden op component 41120 Overwerkuren 130%.
Het systeem helpt je hierbij met een nieuwe waarschuwing. Wanneer het totaal aan meeruren binnen een periode op 43050 Meeruren 130% parttimers (inclusief eerder ingevoerde transacties) boven de 173,92 uur uitkomt, verschijnt in het rapport Fouten en waarschuwingen:
E-CON-19: Het totaal aantal uren op component 43050 (Meeruren 130% parttimers) overschrijdt de periode normuren. Uren boven de periode normuren zijn niet pensioengevend en moeten op component 41120 (Overwerkuren 130%) worden geboekt.
Let op, dit rapport moet je zelf draaien. Deze waarschuwing is dus geen blokkerende melding in de salarisrun.
Vanaf 1 januari 2026 is de berekening van de eindejaarsuitkering binnen de Cao GGZ gewijzigd. Waar meeruren voorheen waren uitgesloten van de grondslag, zijn deze in de nieuwe cao-afspraken juist aangemerkt als onderdeel van de grondslag voor de eindejaarsuitkering.
Om deze wijziging correct te verwerken, zijn de instellingen van de relevante componenten in Visma.net Payroll per 1 januari 2026 aangepast. De volgende componenten tellen vanaf deze datum mee voor de opbouw van de eindejaarsuitkering:
10030 Gewerkte uren (vaste salarianten)
11550 Meeruren ziek
43000 Meeruren
43960 Meeruren ziek
Door deze aanpassing worden de meeruren automatisch meegenomen in de grondslagberekening.
PFZW heeft verduidelijkt dat de berekening van het onderdeel 'structurele eindejaarsuitkering' binnen de pensioengrondslag afhankelijk is van de cao-bepalingen omtrent vakantietoeslag. In de Cao Jeugdzorg is vastgelegd dat de eindejaarsuitkering berekend moet worden over het salaris inclusief de vakantietoeslag. Dit heeft tot gevolg dat de waarde van de eindejaarsuitkering binnen de pensioenjaargrondslag stijgt.
Voorheen was dit in de software niet op deze wijze ingericht. Daarom hebben wij de configuratie met ingang van 1 januari 2026 aangepast.
In Tabel 50000 Cao Jeugdzorg is bij de categorie pensioen de parameter grondslagberekening gewijzigd:
Oude parameter: Salaris + Vakantiegeld + Extra uitkering vorig jaar
Nieuwe parameter: (Salaris + Vakantiegeld) + Extra uitkering vorig jaar
Door deze aanpassing wordt het deel 'eindejaarsuitkering' in de pensioenjaargrondslag voortaan berekend over de som van het salaris en de vakantietoeslag.
Deze wijziging heeft invloed op de hoogte van de pensioengrondslag en de daaruit voortvloeiende premie:
Met terugwerkende kracht (TWK): De aanpassing leidt tot TWK-berekeningen in de pensioenpremie vanaf de ingangsdatum van 1 januari 2026.
Eerdere jaren: De wijziging is standaard doorgevoerd vanaf het jaar 2026. Indien je in overleg met PFZW besluit dat correcties over eerdere jaren noodzakelijk zijn, dien je dit zelf in de administratie te verwerken. Dit kan je doen door deze parameter per gewenste ingangsdatum aan te passen zoals hierboven beschreven.
Naar aanleiding van de nieuwe afspraken in de Cao Kunsteducatie is er een aanpassing doorgevoerd in de drempelafstand voor de reiskostenvergoeding.
Verlaagde drempel woon-werkverkeer (per 1 april 2026): In de nieuwe cao is afgesproken dat de vergoeding voor woon-werkverkeer voortaan geldt vanaf een afstand van 5 kilometer.
Voorheen lag deze grens op 10 kilometer. De minimum kilometers in tabel 50200 zijn daarom per 01-04-2026 aangepast naar 5 km.
Bij de eindafrekening van het verlofsaldo na uitdiensttreding werden onterecht premies berekend voor de SPW-producten (OP, RP, RNP, AOP-A, AOP-B en/of FLOW). Dit is nu gecorrigeerd.
De onjuiste berekening werd veroorzaakt door de inrichting van de volgende componenten per 1 januari 2026:
42910 Afrekenen verlofsaldo
42920 Afrekenen verlofsaldo negatief
42940 Afrekenen verlofsparen 50%
We hebben dit met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026 hersteld. Dit leidt tot een herrekening voor alle medewerkers waarbij sprake was van een eindafrekening na het einde van het dienstverband.
Daarnaast hebben we component 45150 Vakantiegeld reservering aangepast, zodat deze nu als grondslag dient voor alle producten. Omdat de Cao Woondiensten doorgaans gebruikmaakt van 45160 Vakantiegeld reservering DTF en niet van 45150 Vakantiegeld reservering, zal deze specifieke wijziging normaal gesproken niet tot een herrekening leiden.
Je hoeft geen actie te ondernemen. De verbeterde berekening wordt automatisch toegepast in de salarisverwerkingen vanaf periode 1-2026.
Wanneer een werknemer bij pensioenfonds SPW in een bepaalde periode geen pensioengevend loon ontvangt, maar de werknemer nog wel in dienst is (de IKV is nog actief), leidde dit voorheen tot foutmeldingen bij de verwerking door APG. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij een schorsing van het salaris of wanneer een werknemer uit dienst gaat aan het begin van een maand zonder in die maand gewerkt te hebben.
Verbetering in de pensioenaangifte
Om te voorkomen dat de pensioenaangifte door APG wordt afgekeurd, is de logica van de aangifte aangepast. Wanneer er voor een werknemer geen loon aanwezig is en er geen specifieke verbijzondering van toepassing is (zoals WIA of onbetaald verlof), wordt de 95610 Code meetelling IKV niet langer aangemaakt. Hiermee wordt voorkomen dat er een onterechte indicatie "Ja" in de rubriek code meetelling van de aangifte terechtkomt.
Nieuwe waarschuwing op het overzicht Fouten en/of waarschuwingen
APG stelt als voorwaarde dat je in deze situaties handmatig een 'afwijkende afspraak' meldt bij hun frontoffice. Dit is noodzakelijk om te voorkomen dat de aangifte alsnog afgekeurd wordt. Omdat de code meetelling nu met de waarde "Nee" wordt geleverd — wat normaal gesproken niet is toegestaan — moet je dit tijdig vooraf afstemmen met APG.
Om je hieraan te herinneren, is er een nieuwe waarschuwing toegevoegd: E-APG-001. Deze melding is te zien op het overzicht Fouten en/of waarschuwingen. De tekst van de melding luidt:
"Afwijkende afspraak melden bij APG. Geef aan APG door waarom de werknemer geen loon heeft in deze periode. Vermeld het aansluitnummer, de periode, het werknemernummer en de reden voor het ontbreken van loon."
Verschijnt het signaal E-APG-001 op het overzicht? Meld dan vóór het insturen van de pensioenaangifte de volgende gegevens door aan de frontoffice van APG (SPW):
het aansluitnummer;
de periode vanaf waarin geen loon aanwezig is;
de reden waarom er geen loon aanwezig is.
Let op: Het is essentieel dat je deze melding direct opvolgt en de afspraak registreert bij APG vóórdat de definitieve aangifte wordt verwerkt, om een afkeuring van de gehele aanlevering te voorkomen.
Voor de Cao Woondiensten is een belangrijke verbetering doorgevoerd in de berekening van de pensioengrondslag. Deze aanpassing is relevant voor medewerkers die te maken hebben met een salariskorting (zoals het generatiepact) en waarbij de Eindejaarsuitkering het Cao-maximum bereikt.
De situatie
Binnen de Cao Woondiensten is de Eindejaarsuitkering gemaximeerd. Wanneer je te maken krijgt met een salariskorting waarbij de pensioenopbouw volledig moet doorlopen -bijvoorbeeld bij deelname aan het generatiepact - zorgt het payrollsysteem voor een compensatie op de pensioengrondslag.
In bepaalde situaties werd deze compensatie te hoog berekend. Dit gebeurde bij medewerkers die (vóór de korting) boven het maximum van de eindejaarsuitkering uitkwamen. Het systeem hield bij de berekening van de pensioengrondslag onvoldoende rekening met dit maximum, waardoor er onterecht een te hoog bedrag aan de grondslag werd toegevoegd.
De oplossing
Vanaf het jaar 2026 is deze berekening gecorrigeerd. Visma.net Payroll houdt nu bij de bepaling van de pensioengrondslag correct rekening met de wisselwerking tussen de salariskorting en het maximum van de eindejaarsuitkering. De pensioengrondslag sluit hierdoor weer volledig aan bij de regels van de Cao en de pensioenuitvoerder (SPW).
Actie
Er is geen actie van de gebruiker nodig. De verbeterde berekening wordt automatisch toegepast in de salarisverwerkingen vanaf periode 1-2026.
Copyright 2023 Visma Community. All right reserved.