om een gepersonaliseerde navigatie te krijgen.
om een gepersonaliseerde navigatie te krijgen.
01-07: De wijzigingen betreffende Gereserveerde VU/EU-delen van een WAZO-uitkering verschijnen als aftrekpost op het loonkostenrapport zal in de avond van 1 juli worden gereleased.
We willen je informeren dat Visma.net Payroll Release 295 gepland staat voor dinsdagavond 30 juni 2026.
Dit zijn de bijbehorende release notes. Hierin vind je een gedetailleerd overzicht van de wijzigingen, nieuwe functionaliteit en opgeloste meldingen die geïmplementeerd zullen worden. We moedigen gebruikers aan om deze documentatie te raadplegen om volledig op de hoogte te zijn van de veranderingen die deze nieuwe release met zich meebrengt.
Bij een vervroegde IVA-uitkering betaalt het UWV de maandelijkse uitkering via de werkgever uit, zonder de 8% vakantietoeslag. Die vakantietoeslag wordt doorgaans in mei nabetaald. Dit vakantietoeslag-deel wordt fiscaal anders behandeld dan de maanduitkering: het wordt belast volgens het bijzonder tarief en het is een variabel component.
Er zijn twee nieuwe componenten toegevoegd. Het zijn de variabele varianten van de bestaande vaste componenten waarmee je de maandelijkse vervroegde IVA-uitkering vastlegt:
33310 BT Werkgeversbetaling a.g.v. WW, WAO/WIA, WAJONG — de variabele variant van 33200 Werkgeversbetaling a.g.v. WW, WAO/WIA, WAJONG. Hiermee leg je het door de werkgever uitbetaalde vakantietoeslag-deel vast als een positief bedrag.
43670 BT Korting vanwege vervroegde IVA — de variabele variant van 43660 Korting vanwege vervroegde IVA. Hiermee breng je datzelfde bedrag in mindering op het salaris, als een negatief bedrag.
Beide componenten worden belast volgens het bijzonder tarief en tellen niet mee in de grondslag voor vakantietoeslag en eindejaarsuitkering. Je voert ze in als variabel bedrag, eenmalig in de periode van uitbetaling (doorgaans mei). De bestaande componenten 33200 Werkgeversbetaling a.g.v. WW, WAO/WIA, WAJONG en 43660 Korting vanwege vervroegde IVA gebruik je daarentegen als vast bedrag voor de reguliere maanduitkering.
Op een werkgeversbetaling-component kun je geen negatief bedrag invoeren; dat wordt geblokkeerd. Dit geldt nu ook voor component 33310 BT Werkgeversbetaling a.g.v. WW, WAO/WIA, WAJONG. Een werkgeversbetaling kan immers alleen gebruikt worden om een bedrag aan een werknemer door te betalen, niet als inhouding. Op de kortingscomponent 43670 BT Korting vanwege vervroegde IVA voer je juist een negatief bedrag in.
Leg het vakantietoeslag-deel van een vervroegde IVA-uitkering (doorgaans in mei) vast met de twee nieuwe componenten:
33310 BT Werkgeversbetaling a.g.v. WW, WAO/WIA, WAJONG — als positief variabel bedrag;
43670 BT Korting vanwege vervroegde IVA — als negatief variabel bedrag.
Voor werknemers zonder vervroegde IVA hoef je geen actie te ondernemen.
De compensatie van ORT en meeruren bij ziekte of verlof staat aan of uit op het niveau van de regeling, en geldt daarmee voor alle contracten binnen die regeling. Je kunt nu een individueel contract uitsluiten van zo'n compensatie, ook als die op regelingniveau aan staat. Hiervoor zijn drie nieuwe componenten beschikbaar:
3520 Blokkeer ORT compensatie bij ziekte
3530 Blokkeer ORT compensatie bij verlof
3540 Blokkeer meeruren compensatie bij ziekte
Zodra je een van deze componenten op een contract vastlegt, wordt de bijbehorende compensatie voor dat contract niet meer berekend. De drie componenten werken onafhankelijk van elkaar: component 3540 blokkeert alleen de meeruren bij ziekte en laat de ORT-compensatie bij ziekte ongemoeid.
Contracten zonder zo'n component houden exact dezelfde berekening als voorheen. De blokkering geldt voor alle periodes waarin de blokkeer-transactie aanwezig is; dit werkt ook voor oudere jaren. Je bepaalt dus zelf met de geldigheidsperiode van de transactie vanaf wanneer de compensatie geblokkeerd wordt. Zo kun je de compensatie met terugwerkende kracht aanzetten voor een regeling en tegelijk specifieke contracten uitsluiten.
Wil je een contract uitsluiten van een van deze compensaties, leg dan het betreffende component (3520, 3530 of 3540) vast op het contract van de werknemer. Wil je niets uitsluiten, dan hoef je geen actie te ondernemen.
Per 1 juli 2026 wijzigt het UWV-maximumdagloon (Maximumdagloon). Als gevolg van de halfjaarlijkse indexatie stijgt het bruto-referentieminimummaandloon naar € 2.337,00. Hierdoor wordt het maximale dagloon voor de berekening van UWV-uitkeringen (zoals WAO/WIA, WW, ZW en WAZO) en eventuele aanvullingen daarop vastgesteld op € 309,91.
Deze nieuwe waarde is automatisch verwerkt in de systeemtabellen (tabel 11240). De software past het gewijzigde bedrag automatisch toe vanaf de verloningsperiode van juli 2026.
Je hoeft zelf geen actie te ondernemen. De tabel is automatisch bijgewerkt en direct actief vanaf de verloning van juli 2026.
Bij WAZO-verlof berekent Payroll een voorschot op de werkgeversbetaling, dat wordt afgetopt op de hoogte van de bijbehorende korting. Dit speelt bij de voorschotcomponenten van de verschillende verloftypes, zoals 14930 Voorschot aanvullend geboorteverlof, 14970 Voorschot betaald ouderschapsverlof UWV, 15150 Voorschot zwangerschapsverlof, 15350 Voorschot ziek t.g.v. zwangerschap, 15550 Voorschot ziekte SFB en 15750 Voorschot adoptieverlof.
Wanneer in dezelfde verloonperiode meerdere kortingen op hetzelfde verlof werden vastgelegd — en de werkgeversbetaling gesplitst wordt in een deel vakantiegeld en een deel eindejaarsuitkering — werd het voorschot op de tweede en volgende korting verkeerd berekend. In de praktijk valt dit voorschot te laag uit. De aftopping keek namelijk alleen naar de korting van die ene transactie, terwijl het al berekende voorschot van de eerdere transacties wél werd meegeteld. Het voorschot werd daardoor afgetopt op een te laag bedrag. Het vakantiegeld- en eindejaarsuitkeringsdeel van dat voorschot kwam hierdoor eveneens te laag uit.
Het voorschot wordt nu afgetopt op de totale korting van het verlof in de periode, in plaats van op de korting van één afzonderlijke transactie. Daardoor krijgen alle kortingen binnen een periode een correct voorschot, en zijn gelijke kortingen ook gelijk in voorschot. Het vakantiegeld- en eindejaarsuitkeringsdeel van het voorschot wordt hierop eveneens correct aangepast.
Deze correctie wordt toegepast vanaf verloonperiode januari 2026. Voor perioden in 2026 die al zijn verwerkt met een onjuist voorschot kan hierdoor een correctie met terugwerkende kracht ontstaan. Dit speelt alleen zolang de daadwerkelijke werkgeversbetaling nog niet is vastgelegd. Die vervangt het voorschot immers, waarna het voorschot geen rol meer speelt.
Je hoeft geen actie te ondernemen.
Bij een WAZO-verlof (zwangerschapsverlof, ziek t.g.v. zwangerschap, ziekte SFB, adoptieverlof, betaald ouderschapsverlof UWV en aanvullend geboorteverlof) wordt de UWV-uitkering door de werkgever doorbetaald aan de werknemer. Wanneer de werknemer recht heeft op vakantietoeslag (VU) en/of een eenmalige uitkering of arbeidsvoorwaardenbedrag (EU) over die uitkering, en de aanvullingsmethode niet Percentage van korting is, splitst Visma.net Payroll de VU- en EU-delen apart af en boekt deze op gereserveerde componenten. Dit gebeurt in vier varianten per verloftype: een reserveringscomponent voor het VU-deel en het EU-deel, plus de bijbehorende voorschotcomponenten.
Tot nu toe verschenen deze gereserveerde VU- en EU-delen niet op het loonkostenrapport, terwijl de reguliere vakantiegeldreservering wel over de uitkering plus aanvulling werd opgebouwd. Het loonkostenrapport gaf daardoor per saldo een te hoge loonkostenpost, omdat de reguliere reservering wel meetelde maar de bijbehorende UWV-component die er tegenover stond niet.
De 24 gereserveerde VU- en EU-componenten zijn vanaf 1 januari 2026 opgenomen op het loonkostenrapport en worden daar als negatieve post getoond. Dit geldt voor de volgende componenten:
15130 Gereserveerd zwangerschapsverlof VU deel
15140 Gereserveerd zwangerschapsverlof EU deel
15170 Gereserveerd voorschot zwangerschapsverlof VU deel
15180 Gereserveerd voorschot zwangerschapsverlof EU deel
15330 Gereserveerd ziek t.g.v. zwangerschap VU deel
15340 Gereserveerd ziek t.g.v. zwangerschap EU deel
15370 Gereserveerd voorschot ziek t.g.v. zwangerschap VU deel
15380 Gereserveerd voorschot ziek t.g.v. zwangerschap EU deel
15530 Gereserveerd ziekte SFB VU deel
15540 Gereserveerd ziekte SFB EU deel
15570 Gereserveerd voorschot ziekte SFB VU deel
15580 Gereserveerd voorschot ziekte SFB EU deel
15730 Gereserveerd adoptieverlof VU deel
15740 Gereserveerd adoptieverlof EU deel
15770 Gereserveerd voorschot adoptieverlof VU deel
15780 Gereserveerd voorschot adoptieverlof EU deel
448110 Gereserveerd betaald ouderschapsverlof UWV VU deel
448120 Gereserveerd betaald ouderschapsverlof UWV EU deel
448130 Gereserveerd voorschot betaald ouderschapsverlof UWV VU deel
448140 Gereserveerd voorschot betaald ouderschapsverlof UWV EU deel
448210 Gereserveerd aanvullend geboorteverlof VU deel
448220 Gereserveerd aanvullend geboorteverlof EU deel
448230 Gereserveerd voorschot aanvullend geboorteverlof VU deel
448240 Gereserveerd voorschot aanvullend geboorteverlof EU deel
Het loonkostenrapport laat hierdoor een realistisch beeld zien van de werkelijke loonkost over de WAZO-keten. De reguliere vakantiegeldreservering blijft ongewijzigd opgebouwd en uitgekeerd; ook de loonaangifte, de sociale-premieberekening en de pensioenaangifte blijven exact gelijk. De wijziging raakt uitsluitend de rapportage van loonkosten.
Bij een zwangerschapsverlof met een UWV-uitkering van € 600,- en een VU-deel van € 50,- werd er 8% over € 550,- als vakantiegeldreservering opgebouwd, te weten € 44,-. Voorheen telde die € 44,- volledig mee in de loonkosten en het VU-deel van € 50,- telde daar niet in mee. Vanaf 1 januari 2026 verschijnt het VU-deel van € 50,- als negatieve post op het loonkostenrapport, zodat het netto-effect uitkomt op € 44,- − € 50,- = € -6,-. Deze € -6,- is bewust geaccepteerd als correct, immers de werkgever betaalt de UWV-uitkering door en ontvangt van UWV de uitkering inclusief het VU-deel terug.
De gereserveerde VU- en EU-componenten die wél als losse uitbetaalcomponent met het vakantiegeld worden meebetaald (de variant bij methode Percentage van korting) zijn níet meegenomen in deze wijziging. Die situatie was al correct, immers de werknemer ontvangt in dat geval het VU-deel daadwerkelijk uitbetaald en het hoort dan ook positief in de loonkosten thuis.
Je hoeft geen actie te ondernemen.
Een stagevergoeding hoort geen grondslag te vormen voor de vakantiebijslag. Op component 30000 Stagevergoeding was dit ten onrechte wel als zodanig ingericht. Er werd overigens geen vakantiebijslag berekend, omdat deze vergoeding via een andere inrichting al niet werd herkend als grondslag voor het vakantiegeld. Deze component is hersteld met ingang van 1 januari 2026. Dit leidt niet tot een TWK-herrekening.
Je hoeft geen actie te ondernemen. Deze aanpassing leidt niet tot een TWK-mutatie.
In het WNT-overzicht werd de periodieke uitbetaling van het vakantiegeld en de extra uitkeringen voorheen niet meegeteld in de gerealiseerde bezoldiging. Alleen de reservering voor de nog komende maanden werd meegenomen. Hierdoor viel de gerealiseerde bezoldiging in het overzicht te laag uit voor werknemers bij wie deze bedragen per periode worden uitbetaald in plaats van eenmaal per jaar.
Dit is gecorrigeerd met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026. Sinds deze datum zijn er nieuwe periodieke componenten geïntroduceerd (zoals voor de periodieke uitbetaling van een 13e maand of eindejaarsuitkering). De periodieke uitbetalingen via deze componenten tellen nu volledig mee in de gerealiseerde bezoldiging binnen het WNT-overzicht. Dit sluit aan op de manier waarop een reguliere, eenmalige uitbetaling al werd verwerkt.
Het betreft de uitbetaling via de volgende landelijke componenten:
Vakantiegeld
45370 Periodieke uitbetaling vakantiegeld
45380 Periodieke uitbetaling vakantiegeld DTF
45390 Periodieke uitbetaling vakantiegeld DTF jaar
Extra uitkering
46330 Periodieke uitbetaling extra uitkering 1
46340 Periodieke uitbetaling extra uitkering DTF 1
47330 Periodieke uitbetaling extra uitkering 2
47340 Periodieke uitbetaling extra uitkering DTF 2
48330 Periodieke uitbetaling extra uitkering 3
48340 Periodieke uitbetaling extra uitkering DTF 3
146330 Periodieke uitbetaling extra uitkering 4
146340 Periodieke uitbetaling extra uitkering DTF 4
147330 Periodieke uitbetaling extra uitkering 5
147340 Periodieke uitbetaling extra uitkering DTF 5
148330 Periodieke uitbetaling extra uitkering 6
148340 Periodieke uitbetaling extra uitkering DTF 6
Je hoeft geen actie te ondernemen. Het WNT-overzicht telt de periodieke uitbetalingen voortaan mee in de gerealiseerde bezoldiging.
Bij de vakantiegeld-methode Reservering deeltijdpercentage per loonjaar wordt in de uitbetaalmaand — meestal mei — een voorschot vakantiegeld uitbetaald voor de rest van het jaar, op basis van de deeltijdfactor van de werknemer.
Wanneer het rooster van een werknemer, en daarmee de deeltijdfactor, gedurende de uitbetaalperiode wijzigde, werd het uitbetaalde vakantiegeld (component 45230 Uitbetaling vakantiegeld DTF jaar) in de uitbetaalmaand ten onrechte gecorrigeerd. Het uitbetaalde bedrag week daardoor af van het juiste bedrag.
Deze onterechte correctie wordt nu ongedaan gemaakt. Het systeem berekent het uitbetaalde vakantiegeld weer correct, op basis van de deeltijdfactor zoals die geldt op de laatste dag van de uitbetaalperiode.
Dezelfde verbetering geldt voor de methode Reservering met voorschot (component 45200 Uitbetaling vakantiegeld).
Je hoeft geen actie te ondernemen.
Bij verlof in het kader van de WAZO — zwangerschapsverlof, ziekte ten gevolge van zwangerschap, ziekte SFB, adoptieverlof, aanvullend geboorteverlof en betaald ouderschapsverlof UWV — betaalt de werkgever de UWV-uitkering door aan de werknemer en vult die aan tot het afgesproken percentage. Wanneer de doorbetaalde uitkering hoger is dan het ingehouden salaris, ontstaat een meerbetaling. Het verschijnsel meerbetaling en het ORT-compensatiedeel daarvan zijn toegelicht in release note 281.
Wanneer de uitkering in meerdere transacties met verschillende periodes is vastgelegd, kon de aanvulling te hoog uitvallen. De aanvulling hield in die gevallen namelijk geen rekening met de meerbetaling, waardoor het totale brutoloon van de werknemer te hoog werd.
De aanvulling op WAZO-verlof houdt nu rekening met de meerbetaling. De meerbetaling die al aan de werknemer wordt uitbetaald, wordt verrekend met de aanvulling, zodat het totale brutoloon weer klopt. Dit geldt voor de aanvulling-componenten van alle WAZO-verloftypes:
15190 Aanvulling zwangerschapsverlof
15390 Aanvulling ziek t.g.v. zwangerschap
15590 Aanvulling ziekte SFB
15790 Aanvulling adoptieverlof
14940 Aanvulling aanvullend geboorteverlof
14990 Aanvulling betaald ouderschapsverlof UWV
In de berekende aanvulling wordt nu rekening gehouden met de meerbetaling. Die meerbetaling is op dat moment echter nog niet gecorrigeerd met het ORT-compensatiedeel. Een deel van de meerbetaling kan immers bestaan uit compensatie van onregelmatigheidstoeslag (zie release note 281), en dat ORT-deel hoort de aanvulling niet te verlagen. Doordat de volledige meerbetaling van de aanvulling wordt afgetrokken, wordt de aanvulling te laag bepaald.
Vanwege de benodigde volgorde van de berekeningen kan deze correctie niet in het reguliere aanvullingscomponent zelf worden meegenomen. Daarom corrigeren nieuwe componenten het ORT-compensatiedeel:
15200 Aanvulling zwangerschapsverlof ORT-correctie
15400 Aanvulling ziek t.g.v. zwangerschap ORT-correctie
15600 Aanvulling ziek SFL ORT-correctie
Deze componenten verschijnen alleen wanneer er daadwerkelijk een ORT-compensatiedeel in de meerbetaling zit.
Stel dat de aanvulling zonder verrekening van de meerbetaling € 1.000,- zou zijn. De meerbetaling is € 200,-, waarvan € 120,- ORT-compensatie en € 80,- een daadwerkelijke meerbetaling.
De aanvulling wordt eerst verminderd met de volledige meerbetaling: € 1.000,- − € 200,- = € 800,-. Dit is te laag, want het ORT-deel van € 120,- hoort de aanvulling niet te verlagen.
De ORT-correctie telt het ORT-compensatiedeel weer bij: € 800,- + € 120,- = € 920,-.
De aanvulling wordt zo uiteindelijk alleen verlaagd met de daadwerkelijke meerbetaling van € 80,-.
Deze wijziging gaat in per 2026 en kan daardoor correcties met terugwerkende kracht tot gevolg hebben.
Je dient de nieuwe componenten 15200 Aanvulling zwangerschapsverlof ORT-correctie, 15400 Aanvulling ziek t.g.v. zwangerschap ORT-correctie en 15600 Aanvulling ziek SFL ORT-correctie te journaliseren. Dit doe je op dezelfde manier als de reguliere componenten 15190 Aanvulling zwangerschapsverlof, 15390 Aanvulling ziek t.g.v. zwangerschap en 15590 Aanvulling ziekte SFB.
Je stelt de journalisering in via: Instellingen → Regelingen → Salariscomponenten → 15200 Aanvulling zwangerschapsverlof ORT-correctie (en op dezelfde wijze voor 15400 Aanvulling ziek t.g.v. zwangerschap ORT-correctie en 15600 Aanvulling ziek SFL ORT-correctie).
Bij een netto-bruto zakelijke kilometerregeling die niet met de fiscale ruimte wordt verrekend, wordt het bruto deel van de vergoeding gebruteerd verloond op 440630 Netto bruto KM, 440830 Netto bruto KM regeling 2 of 440880 Netto bruto KM regeling 3, afhankelijk van de gebruikte regeling.
Wanneer je de WKR-ruimte gedurende het jaar instelde of wijzigde, werden de in eerdere periodes al gebruteerde bedragen ten onrechte in één keer teruggeboekt in de periode van de wijziging. Het belastbaar loon in die periode daalde daardoor onterecht.
Een voorbeeld. Een werknemer met een netto-bruto kilometerregeling krijgt van januari tot en met mei elke periode een gebruteerd bedrag op 440830 Netto bruto KM regeling 2. Stel je de WKR-ruimte per juni in, dan verscheen in juni een grote negatieve correctie op dit component. Die correctie draaide de brutering van de voorgaande maanden terug, terwijl die maanden correct verloond waren.
De verrekening houdt nu rekening met de periode waarin de WKR-ruimte daadwerkelijk geldt. De brutering van eerdere periodes blijft in stand; de WKR-ruimte telt immers pas mee vanaf het moment dat je deze hebt ingesteld. Stel je de WKR-ruimte gedurende het jaar in of pas je het bedrag aan, dan leidt dit niet langer tot een onterechte terugboeking in eerdere periodes.
Deze correctie geldt vanaf 2026. Bij werknemers waarvoor in 2026 al periodes met het oude gedrag zijn verloond, kan dit leiden tot een correctie met terugwerkende kracht (TWK) in de eerstvolgende salarisrun.
Je hoeft geen actie te ondernemen.
De ORT-compensatie bij verlof voor de Cao Beroepsgoederenvervoer is op twee punten verbeterd. We hebben een correctie doorgevoerd zodat de compensatie correct wordt berekend wanneer het verlofjaar gelijk is aan het contractstartjaar. Daarnaast is er een nieuwe component toegevoegd om de compensatie aan het einde van het jaar (of op verzoek van de werknemer) te herberekenen.
De ORT-compensatie bij verlof via 44680 ORT jaar compensatie bij verlof werd in een specifieke situatie niet berekend. Er vond geen uitbetaling plaats, hoewel je wel verlofuren had vastgelegd via 10340 Verlof uren met jaar van verlof. Dit deed zich voor wanneer het opgegeven verlofjaar gelijk was aan het jaar waarin het contract van de werknemer was gestart; de compensatie kwam dan op € 0,- uit. Vanaf nu wordt de compensatie in deze situatie correct berekend op basis van de werkelijke ORT van dat verlofjaar. Als je voor dat jaar een beginstand van de ORT-grondslag hebt vastgelegd, blijft die beginstand leidend.
Daarnaast is de nieuwe component 44890 ORT jaar compensatie herberekening bij verlof toegevoegd. Volgens de Cao Beroepsgoederenvervoer mag een werknemer aan het einde van het kalenderjaar om een nacalculatie vragen als het voorlopige gemiddelde afwijkt van de werkelijke waarde. Met deze nieuwe component laat je de ORT-compensatie bij verlof opnieuw berekenen op basis van de ORT die de werknemer tot en met de huidige periode daadwerkelijk heeft opgebouwd.
Het positieve verschil ten opzichte van wat al via 44680 ORT jaar compensatie bij verlof is uitbetaald, wordt netjes nabetaald. Een eventueel negatief verschil wordt niet teruggevorderd. Je legt hiervoor een transactie zonder waarde vast op 44890 ORT jaar compensatie herberekening bij verlof, bijvoorbeeld in de laatste periode van het jaar, bij het einde van het contract, of op het moment dat de werknemer hier specifiek om vraagt.
In de loop van het jaar is via 44680 ORT jaar compensatie bij verlof in totaal € 69,60 aan compensatie uitbetaald op basis van de ORT die op dat moment bekend was. Aan het einde van het jaar vraagt de werknemer om de Cao-nacalculatie. De werkelijk opgebouwde ORT over het hele jaar blijkt hoger te liggen, waardoor de totale compensatie uitkomt op € 146,00.
Als je nu een transactie zonder waarde vastlegt op 44890 ORT jaar compensatie herberekening bij verlof, wordt het verschil van € 76,40 automatisch nabetaald. Was de werkelijke ORT juist lager uitgevallen? Dan vindt er op basis van de beschermende regeling geen terugvordering plaats.
De correctie op 44680 ORT jaar compensatie bij verlof wordt automatisch toegepast. Hier hoef je zelf niets voor te doen.
Wil je de ORT-compensatie bij verlof herberekenen (bijvoorbeeld aan het einde van het kalenderjaar of op verzoek van de werknemer)? Leg dan een transactie zonder waarde vast op de variabele component 44890 ORT jaar compensatie herberekening bij verlof.
Voor de Cao Beroepsgoederenvervoer telde de component 43050 Meeruren 130% tot nu toe niet mee bij de bepaling of het loon van een werknemer boven het wettelijk minimumloon uitkomt. Hierdoor kon de minimumloontoets een te lage grondslag hanteren voor parttimers die meeruren maken.
De component 43050 Meeruren 130% telt nu mee in de grondslag voor het minimumloon. Op de component is de instelling Grondslag voor: Minimumloon aangevinkt. Het uitbetaalde bedrag voor de meeruren wordt hierdoor voortaan meegenomen in de toets of je werknemer het wettelijk minimumloon ontvangt.
Je hoeft zelf geen actie te ondernemen. We hebben deze wijziging al automatisch doorgevoerd in de standaardinrichting van de Cao Beroepsgoederenvervoer.
Zie voor meer informatie paragraaf Onterechte correctie van uitbetaald vakantiegeld bij roosterwijziging in de uitbetaalperiode
Bij de harmonisatie van schaal 10 ontstaat een tijdelijke toelage voor werknemers die op 30 juni 2026 in een specifieke trede van schaal 10 zitten. De toelage is geregeld via een nieuwe component en wordt naar rato van de inkomensfactor uitbetaald.
Er is een nieuwe component aangemaakt voor Cao Primair Onderwijs en Cao Voortgezet Onderwijs:
De component wordt automatisch gestart voor werknemers die op 30 juni 2026 schaal 10 hebben. De hoogte en de looptijd van de toelage hangen af van de trede waarin de werknemer op die datum zit:
|
Lid |
Trede op 30-06-2026 |
Looptijd |
Bedrag per maand (fulltime) |
| 6 | Trede 3 of 4 | 24 maanden vanaf juli 2026 | € 25,- |
| 7 | Trede 5 of 6 | 12 maanden vanaf juli 2026 | € 25,- |
| 8 | Trede 10 | eenmalig in juli 2026 | € 50,- |
Vanaf juli 2026 wordt elke maand een bedrag uitbetaald. De toelage is aangemerkt grondslag voor vakantiegeld, eindejaarsuitkering en pensioen. Het bedrag wordt verlaagd met de inkomensfactor van het contract dat is de verhouding tussen het feitelijk salaris en het normsalaris. Daardoor verlagen onder andere de ziektekortingen onbetaald verlof en duurzame inzetbaarheid de hoogte van de toelage evenredig. De toelage is dus géén grondslag voor deze kortingen, maar wordt er wél door verlaagd. Bij een werknemer met een inkomensfactor van 0,5 en lid 6 betekent dit € 12,50 per maand.
Bij meerdere contracten op één dienstverband wordt het bedrag op elk actief contract berekend naar rato van de inkomensfactor van dat contract.
Eenmaal vastgesteld op 30 juni 2026 blijft het recht op de toelage bestaan, ook als de schaal of trede later wijzigt. Bij een contracteinde gevolgd door een direct aansluitend nieuw contract loopt de toelage door op het nieuwe contract. Bij een gat in het dienstverband tussen 30 juni 2026 en het nieuwe contract vervalt het recht op de toelage.
Voor scenario's waarin meerdere contracten op 30 juni 2026 verschillende tredes hebben, geldt dat het lid van het eerst verwerkte contract leidend is voor het bedrag en de looptijd.
Het is mogelijk om handmatig een afwijkend bedrag te verlonen of de toelage te blokkeren. Voer hiervoor een transactie in op 44730 Toelage harmonisatie schaal 10 met de gewenste prijs:
De toelage wordt automatisch berekend vanaf de salarisrun van juli 2026 voor werknemers die op 30 juni 2026 in schaal 10 zitten en in een van de hierboven genoemde tredes vallen. Zorg er voor dat component 44730 Toelage harmonisatie schaal 10 debet is opgenomen in de journalisering.
Wil je voor een specifieke werknemer afwijken van de automatische berekening, voer dan een handmatige transactie in op 44730 Toelage harmonisatie schaal 10 zoals beschreven onder Handmatige aanpassing.
Bij werknemers binnen de Cao Tuinzaadbedrijven die in 2026 een aanvulling op de ziekte SFB-uitkering ontvingen, is het bedrag van die aanvulling ten onrechte verwerkt als vermindering van de premiegrondslag voor de WGA-hiaatverzekering in plaats van als toevoeging. Hierdoor is er over de aanvulling te weinig WGA-hiaatverzekeringspremie berekend.
Deze situatie is met terugwerkende kracht per 1 januari 2026 gecorrigeerd. Bij werknemers die dit jaar een aanvulling ziekte SFB hebben ontvangen, wordt de gemiste premie automatisch bijgeschreven in de lopende verloningsperiode.
Controleer voor werknemers met component 15590 Aanvulling ziekte SFB of component 15600 Aanvulling ziekte SFB ORT-correctie de verloning van de lopende periode op een nabetaling van WGA-hiaatverzekeringspremie. De hoogte van de correctie is afhankelijk van het totale aanvullingsbedrag dat in 2026 is uitbetaald.
Bij de harmonisatie van schaal 10 ontstaat een tijdelijke toelage voor werknemers die op 30 juni 2026 in een specifieke trede van schaal 10 zitten. De toelage is geregeld via een nieuwe component en wordt naar rato van de inkomensfactor uitbetaald.
Er is een nieuwe component aangemaakt voor Cao Primair Onderwijs en Cao Voortgezet Onderwijs:
De component wordt automatisch gestart voor werknemers die op 30 juni 2026 schaal 10 hebben. De hoogte en de looptijd van de toelage hangen af van de trede waarin de werknemer op die datum zit:
| Lid | Trede op 30-06-2026 | Looptijd | Bedrag per maand (fulltime) |
| 6 | Trede 3 of 4 | 24 maanden vanaf juli 2026 | € 25,- |
| 7 | Trede 5 of 6 | 12 maanden vanaf juli 2026 | € 25,- |
| 8 | Trede 10 | eenmalig in juli 2026 | € 50,- |
Vanaf juli 2026 wordt elke maand een bedrag uitbetaald. De toelage is aangemerkt grondslag voor vakantiegeld, eindejaarsuitkering en pensioen. Het bedrag wordt verlaagd met de inkomensfactor van het contract dat is de verhouding tussen het feitelijk salaris en het normsalaris. Daardoor verlagen onder andere de ziektekortingen onbetaald verlof en duurzame inzetbaarheid de hoogte van de toelage evenredig. De toelage is dus géén grondslag voor deze kortingen, maar wordt er wél door verlaagd. Bij een werknemer met een inkomensfactor van 0,5 en lid 6 betekent dit € 12,50 per maand.
Bij meerdere contracten op één dienstverband wordt het bedrag op elk actief contract berekend naar rato van de inkomensfactor van dat contract.
Eenmaal vastgesteld op 30 juni 2026 blijft het recht op de toelage bestaan, ook als de schaal of trede later wijzigt. Bij een contracteinde gevolgd door een direct aansluitend nieuw contract loopt de toelage door op het nieuwe contract. Bij een gat in het dienstverband tussen 30 juni 2026 en het nieuwe contract vervalt het recht op de toelage.
Voor scenario's waarin meerdere contracten op 30 juni 2026 verschillende tredes hebben, geldt dat het lid van het eerst verwerkte contract leidend is voor het bedrag en de looptijd.
Het is mogelijk om handmatig een afwijkend bedrag te verlonen of de toelage te blokkeren. Voer hiervoor een transactie in op 44730 Toelage harmonisatie schaal 10 met de gewenste prijs:
De toelage wordt automatisch berekend vanaf de salarisrun van juli 2026 voor werknemers die op 30 juni 2026 in schaal 10 zitten en in een van de hierboven genoemde tredes vallen. Zorg er voor dat component 44730 Toelage harmonisatie schaal 10 debet is opgenomen in de journalisering.
Wil je voor een specifieke werknemer afwijken van de automatische berekening, voer dan een handmatige transactie in op 44730 Toelage harmonisatie schaal 10 zoals beschreven onder Handmatige aanpassing.
Sinds eind 2025 hadden we een openstaande vraag bij pensioenfonds SPW of de persoonlijke toeslag pensioengevend is of niet. We hebben inmiddels van SPW vernomen dat de persoonlijke toeslag niet pensioengevend is. Dit betekent dat we 42150 Persoonlijke toeslag vanaf 1 januari 2026 hebben aangepast, waardoor deze niet meer pensioengevend is.
Dit leidt tot TWK-mutaties voor alle werknemers die een persoonlijke toeslag ontvangen op 42150 Persoonlijke toeslag.
Mocht je eigen componenten hebben voor de persoonlijke toeslag, zorg er dan voor dat deze componenten vanaf 1 januari 2026 in geen enkele SPW-regeling pensioengevend zijn.
Controleer de TWK-mutaties.
Zie voor meer informatie paragraaf Onterechte correctie van uitbetaald vakantiegeld bij roosterwijziging in de uitbetaalperiode
Copyright 2023 Visma Community. All right reserved.