om een gepersonaliseerde navigatie te krijgen.
om een gepersonaliseerde navigatie te krijgen.
cover-release.png
We willen je informeren dat Visma.net Payroll Release 303 gepland staat voor dinsdagavond 3 november 2026.
Dit zijn de bijbehorende release notes. Hierin vind je een gedetailleerd overzicht van de wijzigingen, nieuwe functionaliteit en opgeloste meldingen die geïmplementeerd zullen worden. We moedigen gebruikers aan om deze documentatie te raadplegen om volledig op de hoogte te zijn van de veranderingen die deze nieuwe release met zich meebrengt.
Ten opzichte van de conceptversie van deze release notes zijn de volgende onderwerpen toegevoegd:
Het cumulatief 300 SV dagen telt de dagen per contract op. Werkt een werknemer in meerdere contracten op dezelfde dag, dan telt die dag daarin dubbel. Een voorbeeld uit oktober 2026: een werknemer met een rooster op maandag, donderdag en vrijdag (14 dagen) en een tweede contract op maandag, woensdag en vrijdag (13 dagen). Het cumulatief 300 SV dagen komt uit op 27, terwijl de werknemer op 18 verschillende dagen werkt.
Er is een nieuw cumulatief 340 Unieke gewerkte dagen dienstverband, dat vanaf 1 januari 2026 gevuld wordt. Het bevat het aantal dagen waarop de werknemer binnen het dienstverband in ten minste één contract werkt. Een dag waarop in meerdere contracten gewerkt wordt, telt één keer. In het voorbeeld komt het cumulatief uit op 18.
Onbetaalde dagen worden van het aantal afgetrokken. Gewerkte dagen die je zelf opgeeft, zonder datum, tellen gewoon mee.
Het nieuwe cumulatief heeft geen invloed op de berekening. Het cumulatief 300 SV dagen blijft ongewijzigd.
Toon je de gewerkte dagen of SV-dagen op de loonstrook? Zet dan de weergave op de loonstrook aan bij het cumulatief 340 Unieke gewerkte dagen dienstverband en zet die bij 300 SV dagen uit. Je vindt beide via Instellingen → Regelingen → Cumulatieven.
Je kunt een werknemer nu een mobiliteitsbudget geven: een bruto bedrag per periode waaruit de reiskosten worden betaald, bijvoorbeeld in plaats van een auto van de zaak. De reiskosten zelf worden vergoed zoals je gewend bent, netto waar dat fiscaal kan. Wat de werknemer niet aan reiskosten gebruikt, wordt bruto uitbetaald. Gebruik je geen mobiliteitsbudget, dan verandert er niets aan de berekening.
|
Parameter |
Keuzes |
Standaard |
|---|---|---|
| Factor methode | Geen factor, Deeltijdfactor of Reisdagen per week | Geen factor |
| Afrekenwijze | Maandelijks, niet gemaximeerd, Jaarlijks, niet gemaximeerd of Jaarlijks, gemaximeerd | Maandelijks, niet gemaximeerd |
| Reisdagen voor fulltime | een aantal dagen | 5 |
| Maximeren op dtf 1 | Ja of Nee | Ja |
Met de Factor methode bepaal je of het ingevoerde budget wordt aangepast aan de werknemer:
Bij elke factor methode volgt het budget bij ziekte de instelling Methode blokkeer onkostenvergoedingen in tabel 50000 Cao, net als de vaste reiskostenvergoeding.
Alles wat wordt vergoed op een component met de instelling Mobiliteitsbudget op Verreken met mobiliteitsbudget, gaat ten laste van het budget. Standaard zijn dat:
Het volledige vergoede bedrag telt mee, ook het belaste deel en het deel dat ten laste van de vrije ruimte WKR of de fiscale ruimte gaat. Een werknemer met een budget krijgt dus dezelfde reiskostenvergoeding als een collega zonder budget. Je kunt de instelling ook op je eigen componenten zetten. Heeft een werknemer geen budget, dan heeft de instelling geen effect.
Bij Maandelijks, niet gemaximeerd wordt het budget elke periode afgerekend. Component 49010 Periodieke uitbetaling mobiliteitsbudget betaalt het budget uit en component 48950 Periodieke bruto verrekening mobiliteitsbudget verlaagt die uitbetaling met wat ten laste van het budget is vergoed. De verrekening is nooit hoger dan het budget. Beide componenten worden belast als tabelloon.
Bij een jaarlijkse afrekening worden tijdens het jaar alleen de reiskosten vergoed. Het budget wordt afgerekend in de laatste periode van het jaar, bij einde dienstverband, of in de laatste periode van het budget (de transactie op 48910 Mobiliteitsbudget heeft een einddatum en loopt niet door). Component 49020 Uitbetaling mobiliteitsbudget betaalt dan het budget sinds de vorige afrekening uit, en component 48960 Bruto verrekening mobiliteitsbudget verlaagt dat met het verbruik, nooit met meer dan het budget. Beide componenten worden belast tegen bijzonder tarief.
Een voorbeeld met een budget van € 500,00 per maand en een jaarlijkse afrekening in december:
|
Verbruik over het jaar |
Jaarlijks, niet gemaximeerd |
Jaarlijks, gemaximeerd |
|---|---|---|
| € 4.000,00 onbelast | 49020 € 6.000,00, 48960 € 4.000,00 negatief: € 2.000,00 bruto uitbetaald | gelijk |
| € 6.500,00 onbelast en € 1.300,00 belast | 49020 € 6.000,00, 48960 € 6.000,00 negatief: niets uitbetaald, het meerdere is vergoed | daarnaast 48970 € 1.300,00 en 48980 € 500,00 negatief |
Wil je tussentijds een deel van het budget uitbetalen, voer dan een bedrag in op 48930 Tussentijdse uitbetaling mobiliteitsbudget. Dat bedrag wordt belast tegen bijzonder tarief en gaat ten laste van het budget, zoals elke andere vergoeding.
De bestaande componenten voor het blokkeren of afdwingen van een afrekening gelden ook voor het mobiliteitsbudget. Een transactie op 3700 Blokkeer afrekening pers. budget, vak.geld, extra uitk. en mob.budget van alle contracten blokkeert ook de afrekening in de laatste periode van het jaar. Het budget is immers een budget per kalenderjaar, dus het saldo vervalt dan.
Heeft de werknemer meerdere contracten, dan wordt het budget afgerekend op het contract met het budget dat in de periode het laatst doorloopt. Gaat de werknemer over naar een nieuw contract zonder onderbreking, dan blijft het saldo staan, ook als de transactie op 48910 Mobiliteitsbudget samen met het oude contract eindigt. Komt de werknemer na een onderbreking gedurende de periode weer in dienst, dan wordt het eerste dienstverband afgerekend tot en met de laatste dag, op het contract dat die dag eindigt. Wat na de onderbreking aan budget en verbruik ontstaat, telt mee voor het nieuwe dienstverband.
De invoer op 48910 Mobiliteitsbudget en 48920 Mutatie mobiliteitsbudget staat niet op de loonstrook. De uitbetaling, de verrekening en de bruto terugvordering staan bij Bruto bedragen, de netto verrekening bij Netto bedragen. Bij een jaarlijkse afrekening ziet de werknemer de stand van het budget in de cumulatieven 49960 Mobiliteitsbudget jaar toegekend, 49970 Mobiliteitsbudget jaar opname en 49980 Mobiliteitsbudget jaar saldo.
E-TRAV-05: Het mobiliteitsbudget (component 48910) is voor dezelfde dagen op meer dan één contract vastgelegd. Een werknemer kan maar één mobiliteitsbudget tegelijk hebben. Leg het budget op één contract vast of beëindig het op het andere contract.
Dit is een blokkerende fout.
E-TRAV-06: Het verbruik van het gemaximeerde mobiliteitsbudget is hoger dan het budget. De overschrijding is bij de afrekening teruggevorderd: eerst bruto, voor zover er belaste vergoedingen ten laste van het budget zijn gegaan, en de rest netto.
E-TRAV-07: Er is een mobiliteitsbudget (component 48910) ingevoerd met de "Factor methode" "Reisdagen per week" in tabel 51110 Mobiliteitsbudget, maar er is geen rooster en geen aantal reisdagen per week op het contract. Daardoor is het budget 0. Vul de reisdagen per week op het contract in, of kies een andere factormethode.
E-TRAV-06 en E-TRAV-07 zijn waarschuwingen en verschijnen alleen in de salarisrun van de periode zelf, niet bij een herberekening van een eerdere periode.
Drie bestaande componenten hebben een nieuwe naam gekregen, omdat ze nu ook voor het mobiliteitsbudget gelden:
|
Component |
Oude naam |
Nieuwe naam |
|---|---|---|
| 3700 | Blokkeer afrekening pers. budget, vak.geld en extra uitk. van alle contracten | Blokkeer afrekening pers. budget, vak.geld, extra uitk. en mob.budget van alle contracten |
| 3710 | Afrekenen pers. budget, vak.geld en extra uitk. van alle contracten | Afrekenen pers. budget, vak.geld, extra uitk. en mob.budget van alle contracten |
| 3730 | Afrekenen pers. budget, vak.geld en extra uitk. van alle contracten (inclusief latere TWK correcties) | Afrekenen pers. budget, vak.geld, extra uitk. en mob.budget van alle contracten (inclusief latere TWK correcties) |
Gebruik je geen mobiliteitsbudget, dan hoef je geen actie te ondernemen.
Wil je een mobiliteitsbudget gebruiken:
Bij steeds meer pensioenfondsen rekent de pensioenregeling met een periodegrondslag in plaats van een jaargrondslag: bij SPW (Cao Woondiensten) sinds 1 januari 2026, bij ABP vanaf 1 januari 2027. Onze standaardcomponenten zijn omgezet. Componenten die je zelf hebt aangemaakt, en standaardcomponenten waarvan je de pensioeninstelling hebt aangepast, moet je zelf omzetten. Staat zo'n component nog op de jaargrondslag, dan telt het bedrag niet meer mee voor het pensioen. Staat het op een variant inclusief vakantiegeld of inclusief extra uitkeringen, terwijl de reservering van het vakantiegeld of de extra uitkering zelf al in de periodegrondslag telt, dan telt dat deel dubbel mee. Tot nu toe gaf Payroll hier geen signaal.
De salarisrun geeft nu twee nieuwe meldingen. Ze verschijnen alleen bij een component dat in de periode een bedrag heeft.
Melding E-CONFIG-06 verschijnt als een component op de pensioenregeling een van de keuzes Tellen in pensioengrondslag bij start jaar, Vermindering van pensioengrondslag bij start jaar of Toevoeging pensioengrondslag volgend jaar … heeft, terwijl de pensioenregeling van de Cao niet met een jaargrondslag rekent. Dat geldt voor een periodegrondslag, maar ook voor een regeling over het SV-loon of het loon in geld. In de melding staat het componentnummer.
E-CONFIG-06: Dit component telt mee in de pensioengrondslag bij start jaar of in de pensioengrondslag volgend jaar, maar de pensioenregeling rekent met een periodegrondslag, het SV-loon of het loon in geld. Het bedrag telt daardoor niet mee voor het pensioen. Kies bij de pensioenregeling op het component de waarde "Toevoeging op periode … grondslag" (bij een korting "Vermindering van periode … grondslag"), vanaf de datum waarop de regeling met een periodegrondslag rekent.
Melding E-CONFIG-07 verschijnt als een component bij een pensioenregeling met een periodegrondslag op een variant inclusief vakantiegeld of inclusief extra uitkeringen staat, het component zelf grondslag is voor het vakantiegeld of de extra uitkering, en de reservering daarvan al in de periodegrondslag van die regeling telt. Je krijgt de melding per pensioenregeling. In de melding staan het componentnummer en de regeling.
E-CONFIG-07: Dit component telt mee in de periodegrondslag inclusief vakantiegeld of extra uitkeringen, terwijl de reservering van het vakantiegeld of de extra uitkering zelf al in de periodegrondslag telt. Het vakantiegeld of de extra uitkering over dit component telt daardoor dubbel mee voor het pensioen. Kies bij de pensioenregeling op het component de waarde zonder "inclusief", bijvoorbeeld "Toevoeging op periode … grondslag".
Tot en met 2026 zijn beide meldingen een fout die de salarisrun niet blokkeert. Je krijgt ze alleen in de periode van de salarisrun, niet bij een herberekening van een eerdere periode. Vanaf 1 januari 2027 blokkeren ze de salarisrun, ook bij een herberekening van een periode in 2027.
De meldingen gelden voor elke Cao, niet alleen voor SPW en ABP. Gebruik je bijvoorbeeld component 17000 Pensioen correctie i.v.m. demotie d.m.v. salarisverlaging bij een Cao waarvan de pensioenregeling niet met een jaargrondslag rekent (zoals Glastuinbouw, Tuinzaadbedrijven of een Cao met een regeling over het SV-loon), dan krijg je melding E-CONFIG-06. Dit component hoort onder die Cao's niet gebruikt te worden.
De meldingen veranderen de berekening niet.
Controleer de meldingen in de salarisrun en pas de pensioeninstelling aan op de componenten die genoemd worden. Je vindt de instelling op het tabblad Algemene informatie van het genoemde component, via Instellingen → Regelingen → Salariscomponenten.
Werk je met ABP, controleer dan vóór de eerste salarisrun van 2027 je eigen componenten. Vanaf januari 2027 blokkeert een foute koppeling immers de salarisrun.
Zet je de koppeling bij SPW met terugwerkende kracht om per 1 januari 2026, dan wordt het pensioen vanaf januari 2026 opnieuw berekend. De werknemer betaalt de pensioenpremie over die maanden dan achteraf.
Deze wijziging zat al in release 301, maar stond nog niet in de release notes.
Door nieuwe Europese regels voor SEPA-betalingen moet het betaalbestand in sommige gevallen de woonplaats en het woonland van de rekeninghouder bevatten. Dat geldt bij een betaling naar een rekening buiten de EER, bijvoorbeeld naar een IBAN dat begint met GB. Betaal je vanaf een rekening bij een andere bank dan ABN AMRO, ING of Rabobank, zoals BNP Paribas of Deutsche Bank, dan zijn de adresgegevens altijd verplicht. De nieuwe regels gaan in op 15 november 2026.
Meer uitleg en voorbeelden vind je in het Community-artikel Adresgegevens rekeninghouder.
Bij vierwekelijkse verloning is 2026 een jaar met 53 weken. Periode 13 loopt van 30 november 2026 tot en met 3 januari 2027 en telt dus 5 weken. Voor werknemers bij Pensioenfonds PMT rekende Payroll in die periode met de normuren van 5 weken. Een voltijd werknemer met 38 uur per week kreeg daardoor 190 uur op 140050 Uren voor pensioenregeling IKV. PMT gaat voor 2026 uit van een periode van 4 weken, dus 152 uur.
Voor Pensioenfonds PMT rekent Payroll in periode 13-2026 met de pensioennormuren van 4 weken. Voor een voltijd werknemer met 38 uur per week staat er nu 152 uur op 140050 Uren voor pensioenregeling IKV. Bij een deeltijd werknemer gaan de uren naar verhouding mee, bijvoorbeeld 121,6 uur bij een deeltijdfactor van 0,8. De periodes 1 tot en met 12 veranderen niet.
De pensioengrondslag en de pensioenpremie van vaste krachten veranderen niet. De deeltijdfactor blijft immers gelijk. 20640 Aantal normuren in een periode en 71480 Betaalde uren blijven op de werkelijke 5 weken staan, dus 190 uur bij voltijd. Zo vraagt PMT het ook voor de pensioenaangifte. Bij werknemers met een uurloon blijven de werkelijk gewerkte uren op 140050 Uren voor pensioenregeling IKV staan.
Vanaf 2027 rekent PMT net als PFZW. In een volgend jaar met 53 weken telt periode 13 dan weer de normuren van 5 weken.
In 30300 Instellingen 4wekelijkse betaling staat bij de parameter 53Weken periode-uren bepaling een nieuwe keuze: Geen verhoging in periode 13 (52 weken).
Heb je in Instellingen → Regelingen → Tabellen → 30300 Instellingen 4wekelijkse betaling de parameter 53Weken periode-uren bepaling zelf ingesteld op een andere waarde dan O.b.v. pensioendefinitie? Dan gaat jouw instelling voor en geldt deze wijziging niet. Wil je voor PMT in periode 13-2026 met 4 weken rekenen, kies dan O.b.v. pensioendefinitie. Let op: de instelling geldt voor alle pensioenfondsen van de organisatie. Heb je de parameter niet zelf ingesteld, dan hoef je geen actie te ondernemen.
Bij zwangerschapsverlof, ziekte door zwangerschap en ziekte SFB kon binnen één verlof een meerbetaling ontstaan in de laatste periode, terwijl in de perioden daarvoor juist een aanvulling werd berekend. Ook wisselde het uitkeringsdeel per maand van grootte. Dit gebeurde vooral als je bij de UWV-uitkering de werkelijk opgenomen verlofuren vastlegde, of de uitkering per specificatie van vier weken invoerde.
De UWV-uitkering op 15070 Zwangerschapsverlof, 15270 Ziek t.g.v. zwangerschap en 15470 Ziekte SFB wordt nu gelijkmatig verdeeld over de perioden van de vastlegging, op dezelfde manier als de korting. Dat geldt ook voor de registratieve varianten 15080 Zwangerschapsverlof registratief, 15280 Ziek t.g.v. zwangerschap registratief en 15480 Ziekte SFB registratief. Een volledige maand krijgt een gelijk deel. Een gedeeltelijke maand krijgt een deel naar rato van de dagen, net als de korting. De uren die je bij de uitkering invult, bepalen de verdeling niet meer. Je mag de werkelijke uren gewoon blijven invullen.
Het gevolg is dat een verlof met een gelijk percentage een duidelijk patroon krijgt. Ligt de uitkering onder het loon, dan krijgt de werknemer in elke periode een aanvulling (15190 Aanvulling zwangerschapsverlof, 15390 Aanvulling ziek t.g.v. zwangerschap, 15590 Aanvulling ziekte SFB). Ligt de uitkering boven het loon, dan ontstaat in elke periode een meerbetaling (15090 Meerbetaling zwangerschapsverlof, 15290 Meerbetaling ziekte t.g.v. zwangerschap, 15490 Meerbetaling ziekte SFB).
Een voorbeeld: een werknemer met een salaris van € 3.200,00 heeft vier volle maanden zwangerschapsverlof, met een uitkering van € 13.800,00. Voorheen kreeg de werknemer drie maanden € 3.436,78 met een aanvulling, en in de laatste maand een meerbetaling van € 31,17. Nu is dat vier keer € 3.450,00, met elke maand een aanvulling van € 5,56.
Valt er in de periode van de vastlegging een maand zonder verlof, dan krijgt die maand geen deel van de uitkering. Het restant komt dan in de laatste periode van de vastlegging.
Voor aanvullend geboorteverlof, betaald ouderschapsverlof UWV en adoptieverlof verandert er niets. Die worden vaak in losse dagen opgenomen, en daar blijft de verdeling op basis van de uren de juiste.
Ook met een gelijkmatige verdeling kunnen aanvulling en meerbetaling binnen één verlof naast elkaar voorkomen. Dat gebeurt als het percentage tijdens het verlof verandert, bijvoorbeeld bij gedeeltelijk herstel, of als het salaris of de deeltijdfactor tijdens het verlof wijzigt. De uitkering blijft dan per maand gelijk, maar de korting niet. In de maanden met een hoge korting ontstaat een aanvulling, in de maanden met een lage korting een meerbetaling.
Payroll verrekent die nu met elkaar over het hele verlof. Over het verlof krijgt de werknemer het hoogste van de korting en de uitkering: is de uitkering in totaal hoger, dan houdt de werknemer de meerbetaling, en is de uitkering lager, dan wordt aangevuld tot het salaris. De verrekening komt altijd op de aanvulling, als negatief bedrag op 15200 Aanvulling zwangerschapsverlof correctie, 15400 Aanvulling ziek t.g.v. zwangerschap correctie of 15600 Aanvulling ziekte SFB correctie. Een uitbetaalde meerbetaling wordt nooit teruggevorderd, en de werknemer komt door de verrekening nooit onder het salaris. Het gaat alleen om het bedrag, de uren en de deeltijdfactor veranderen niet.
Een voorbeeld: een werknemer met een salaris van € 3.200,00 is in januari en februari 100% ziek en in maart en april 50%. De korting is € 3.200,00 per maand in januari en februari en € 1.600,00 in maart en april. Het salarisdeel van de uitkering is € 2.700,00 per maand.
|
|
januari |
februari |
maart |
april |
|---|---|---|---|---|
| Aanvulling 15590 Aanvulling ziekte SFB | € 500,00 | € 500,00 | ||
| Meerbetaling 15490 Meerbetaling ziekte SFB | € 1.100,00 | € 1.100,00 | ||
| Verrekening 15600 Aanvulling ziekte SFB correctie | -€ 1.000,00 |
In maart wordt de aanvulling van januari en februari verrekend met de meerbetaling. Daarna is de uitkering over het verlof hoger dan de korting en houdt de werknemer de rest van de meerbetaling. Stijgt het percentage juist, dan ontstaat eerst een meerbetaling en daarna een aanvulling. In dat geval wordt de latere aanvulling verrekend met de eerdere meerbetaling.
De verrekening komt in de periode waarin hij ontstaat, ook als de eerdere aanvulling in het vorige jaar ligt. Een aanvulling uit december en een meerbetaling uit januari worden dus in januari verrekend, net als bij een nabetaling. De verrekening verlaagt in die periode het fiscale loon, het loon voor de premies en, bij een pensioenregeling op basis van het sv-loon, ook de pensioengrondslag.
Twee transacties in dezelfde periode, waarvan de ene boven en de andere onder zijn deel van de korting uitkomt, worden zoals voorheen al binnen die periode met elkaar verrekend. Die tellen niet nog een keer mee.
De verrekening telt mee in de grondslag voor het minimumloon. Komt het loon in een periode door de verrekening onder het minimumloon, dan vult 10140 Aanvulling minimumloon het aan, want onder het minimumloon mag niet worden verrekend. In die periode staan dan de verrekening en de aanvulling minimumloon allebei op de loonstrook. Het aangevulde deel wordt in een volgende periode van het verlof opnieuw verrekend, als er dan wel ruimte boven het minimumloon is. Wat aan het einde van het verlof nog openstaat, houdt de werknemer.
Payroll bepaalt het begin van het verlof met de eerste dag van de ziekte waaraan de registratie gekoppeld is. Zo horen aansluitende specificaties en een wijziging van het percentage bij hetzelfde verlof, en begint een nieuwe, niet-gekoppelde ziekmelding een nieuw verlof.
De verrekening geldt niet als je bij Aanvullingsmethode zwangerschapsverlof, Aanvullingsmethode ziek t.g.v. zwangerschap of Aanvullingsmethode ziekte SFB de methode Percentage van korting gebruikt. De aanvulling staat dan immers los van de uitkering.
De componenten 15200 Aanvulling zwangerschapsverlof correctie, 15400 Aanvulling ziek t.g.v. zwangerschap correctie en 15600 Aanvulling ziekte SFB correctie heetten eerder … ORT-correctie. Ze bevatten nu zowel de correctie voor ORT- en meerurencompensatie tijdens het verlof als de verrekening met de meerbetaling.
Vanaf januari 2027 (periode 202701) gelden de nieuwe verdeling en de verrekening automatisch. De verdeling geldt voor elke uitkering die in of na die periode loopt, en dan voor de hele duur van die uitkering, dus ook voor de perioden in 2026.
Wil je ze eerder gebruiken, dan vul je in tabel 52500 Afhandeling werkgeversbetalingen bij Start vlakke verdeling UWV-uitkering in de kolom Waarde een periode in, in de vorm JJJJPP. Elke uitkering die in of na die periode loopt, wordt dan over haar hele duur gelijkmatig verdeeld, ook in de perioden vóór de ingevulde periode. Een voorbeeld: vul je 202610 in, dan wordt een uitkering van 1 september tot en met 31 oktober 2026 in september én oktober gelijkmatig verdeeld. Laat je de waarde leeg, of vul je een periode na 202701 in, dan geldt 202701.
De verrekening werkt vanaf diezelfde periode. Een meerbetaling uit een periode vóór de ingevulde periode telt daarbij niet mee.
Let op: een uitkering is één vastlegging, niet het hele verlof. Leg je het verlof vast met aansluitende specificaties van vier weken, dan gaan alleen de specificaties over die in of na de ingevulde periode lopen. Specificaties die eerder eindigen, houden de oude verdeling. Wil je een lopend verlof helemaal omzetten, kies dan de periode waarin de eerste specificatie van dat verlof eindigt.
Gaat een uitkering om, dan worden de al verwerkte perioden van die uitkering opnieuw berekend. Dat levert correcties op de loonstrook en in de loonaangifte op. Het totaal van de uitkering verandert niet, de verdeling van aanvulling en meerbetaling over de perioden wel.
Wil je de nieuwe verdeling en de verrekening al vóór januari 2027 gebruiken, vul dan de periode in via Instellingen → Regelingen → Tabellen → 52500 Afhandeling werkgeversbetalingen, bij Start vlakke verdeling UWV-uitkering in de kolom Waarde.
Controleer de journalisering op 15200 Aanvulling zwangerschapsverlof correctie, 15400 Aanvulling ziek t.g.v. zwangerschap correctie en 15600 Aanvulling ziekte SFB correctie, via Instellingen → Regelingen → Salariscomponenten. Deze componenten bevatten nu ook de verrekening, en die boek je op dezelfde rekening als de aanvulling.
Bij een werknemer met ziekte SFB werd de UWV-uitkering per maand vastgelegd op 15470 Ziekte SFB, elke maand met hetzelfde bedrag en hetzelfde aantal uren. Toch werd de uitkering elke maand anders verdeeld over het vakantiegelddeel en het eindejaarsuitkeringdeel (15530 Gereserveerd ziekte SFB VU deel en 15540 Gereserveerd ziekte SFB EU deel). Daardoor verschilden ook de uitkering zelf en 15590 Aanvulling ziekte SFB per maand.
De percentages voor vakantiegeld en eindejaarsuitkering horen gedurende het hele verlof gelijk te zijn, op basis van de periode vóór de start van het verlof. Bij een vastgelegde uitkering werd die periode echter afgeleid van de uitkering zelf in plaats van van het verlof. Daardoor kwamen de percentages uit een verkeerde periode, en bij een uitkering per maand schoof die periode elke maand een maand op.
Bij een vastgelegde UWV-uitkering worden de percentages voor vakantiegeld en eindejaarsuitkering nu altijd bepaald op basis van de periode vóór de start van het verlof. Dat gebeurt per soort verlof als volgt.
Het startpunt is de koppeldatum van de registratie van het verlof in 11020 Ziekte SFB percentage, 11030 Zwangerschaps percentage of 11040 Ziek t.g.v. zwangerschapspercentage, ongeacht de periode en het aantal uren dat je op de uitkering vastlegt. Dit geldt voor 15470 Ziekte SFB, 15070 Zwangerschapsverlof en 15270 Ziek t.g.v. zwangerschap.
Heeft een werknemer in één periode twee ziektes die niet aan elkaar gekoppeld zijn, bijvoorbeeld een ziekte tot en met 1 december en een nieuwe ziekte vanaf 30 december? Dan krijgt elke uitkering de percentages van haar eigen ziekte. Een uitkering tot en met 1 december gebruikt dus het startpunt van de eerste ziekte, een uitkering vanaf 30 december dat van de tweede.
Deze verloven hebben geen koppeldatum. Het startpunt is daarom de eerste periode van de aaneengesloten reeks periodes waarin de werknemer dit verlof heeft. Een periode zonder verlof beëindigt de reeks; een volgend verlof start een nieuwe reeks. Dit geldt voor de uitkering (33230 Uitkering aanvullend geboorteverlof, 14960 Betaald ouderschapsverlof UWV en 15670 Adoptieverlof) en ook voor het voorschot (14930 Voorschot aanvullend geboorteverlof, 14970 Voorschot betaald ouderschapsverlof UWV en 15750 Voorschot adoptieverlof). Leg je het verlof per maand of per dag vast, dan schuift het voorschot dus niet meer elke maand mee.
De reeks telt maximaal terug over de termijn waarbinnen het verlof voor één kind moet worden opgenomen: 6 maanden voor aanvullend geboorteverlof, 12 maanden voor betaald ouderschapsverlof UWV en 26 weken voor adoptieverlof. Payroll kan niet zien bij welk kind een verlof hoort. Sluit het verlof voor een volgend kind zonder onderbreking aan op het vorige, bijvoorbeeld bij een meerling of bij kinderen die binnen een jaar na elkaar komen, dan geldt het startpunt van het eerste verlof, tot die termijn is verstreken.
Een ander percentage werkt door in de gereserveerde delen, de aanvulling en de meerbetaling van het verlof, en daarmee ook in de premies werknemersverzekeringen. Wordt het gereserveerde deel uit het persoonlijk budget uitbetaald, dan verandert ook die uitbetaling.
De wijziging geldt vanaf periode 8 (augustus) 2026. Bij een lopend verlof met een vastgelegde uitkering of een voorschot worden de periodes vanaf augustus 2026 herberekend. Dat kan in de eerstvolgende salarisrun correcties geven op de uitkering, de reserveringen, de aanvulling en de premies.
Je hoeft geen actie te ondernemen.
Sinds 1 januari 2026 geldt het WNT-maximum voor de onbelaste vergoeding van de expatregeling voor iedere ingekomen werknemer. Het overgangsrecht voor werknemers bij wie de regeling al in het laatste loontijdvak van 2022 werd toegepast, is per die datum vervallen. Toch paste Payroll het WNT-maximum in 2026 niet toe als er een transactie stond op 446170 Expatregeling - WNT norm niet toepassen. Bij een loon boven het WNT-maximum was de onbelaste vergoeding op 446160 Expatregeling - netto daardoor te hoog, en werd er te weinig loonheffing ingehouden.
Vanaf 2026 heeft 446170 Expatregeling - WNT norm niet toepassen geen effect meer. Het WNT-maximum wordt toegepast, ook als er op dit component een transactie staat. Over 2024 en 2025 blijft het component werken zoals voorheen, dus ook bij een herberekening van een periode in die jaren.
De omschrijving van 446170 Expatregeling - WNT norm niet toepassen is aangepast, zodat daarin staat dat het component alleen tot en met 2025 werkt.
Voor uitgezonden werknemers geldt het WNT-maximum wettelijk niet. Payroll ondersteunt deze situatie vanaf 2026 niet: ook bij een uitgezonden werknemer met de expatregeling en een loon boven het WNT-maximum wordt het maximum toegepast.
De wijziging geldt vanaf periode 1 van 2026. Bij werknemers met een transactie op 446170 Expatregeling - WNT norm niet toepassen worden de periodes van 2026 in de eerstvolgende salarisrun herberekend. Ligt het loon boven het WNT-maximum, dan wordt de onbelaste vergoeding over 2026 verlaagd en de loonheffing over 2026 nabetaald.
Je hoeft geen actie te ondernemen. Een transactie op 446170 Expatregeling - WNT norm niet toepassen die na 2025 doorloopt, mag je laten staan, want die heeft vanaf 2026 geen effect meer.
In de pensioenaangifte meldt Payroll per periode de soort verlof van een werknemer op 95850 Code soort verlof. Had een werknemer in een periode alleen studieverlof, dan werd de code OBD (onbetaald verlof) gemeld in plaats van STV (studieverlof). Dit gebeurde zowel bij 14650 Korting studieverlof (inclusief pensioen) en 14660 Korting studieverlof (met voortzetting pensioen) als bij de vaste varianten 14270 Korting studieverlof (inclusief pensioen) en 14280 Korting studieverlof (met voortzetting pensioen).
Vanaf periode 1 van 2026 meldt Payroll bij alleen studieverlof de code STV. Heeft de werknemer in dezelfde periode ook een andere soort verlof, zoals onbetaald verlof of onbetaald ouderschapsverlof, dan blijft de code OBD. Bij twee soorten verlof in één periode wordt immers altijd OBD gemeld.
Bij de eerste salarisrun na de release herrekent Payroll de perioden van 2026 waarin alleen studieverlof is geboekt. De code STV gaat daarmee als correctie mee in de pensioenaangifte. Perioden van 2025 blijven ongewijzigd.
Voorbeeld: een werknemer neemt in maart 16 uur studieverlof met voortzetting van het pensioen en heeft verder geen verlof. Payroll meldde in de pensioenaangifte OBD, en meldt nu STV.
Je hoeft geen actie te ondernemen.
De Belastingdienst keurt een loonaangifte af als de Code Zvw op M Wel verzekeringsplichtig ingehouden bijdrage staat, terwijl de code soort inkomstenverhouding 11, 13 of 15 is en de code aard arbeidsverhouding niet 79 (opting-in). Payroll geeft daarvoor vooraf de melding E-TAX-57. Bij soort inkomstenverhouding 13 (directeur verzekerd) verscheen die melding niet. Een inkomstenverhouding met deze onjuiste inrichting kwam daardoor ongemerkt in de loonaangifte terecht.
Vanaf periode 1 van 2026 verschijnt de melding ook bij soort inkomstenverhouding 13:
E-TAX-57: Code Zvw is gevuld met 'M Wel verzekeringsplichtig ingehouden bijdrage' terwijl de code soort inkomstenverhouding gelijk is aan 11, 13 of 15 en de Code aard arbeidsverhouding is niet 79 Opting-in, dit is een onjuiste configuratie. Pas de inrichting op de inkomstenverhouding aan.
De melding noemt de code soort inkomstenverhouding en de code aard arbeidsverhouding van de werknemer. Bij soort inkomstenverhouding 11 en 15 verandert er niets.
Verschijnt de melding E-TAX-57 bij een werknemer met soort inkomstenverhouding 13? Pas dan de Code Zvw op de inkomstenverhouding aan.
Een correctie over een voorgaand jaar die het loon verlaagt, verlaagt ook de grondslag voor de PAWW-bijdrage van het lopende jaar. Had de werknemer in het lopende jaar weinig of geen PAWW-loon, bijvoorbeeld omdat het dienstverband in het vorige jaar is geëindigd, dan werd het premieloon over het jaar negatief. Payroll gaf de werknemer dan een bijdrage terug die in dat jaar nooit was ingehouden, en het totaal in de SPAWW-aangifte werd negatief. SPAWW keurt een factuur met een negatief totaal af.
SPAWW rekent met een minimale grondslag van 0 over het jaar. Payroll volgt dat nu:
Een voorbeeld voor een maandloner met een PAWW-loon van € 3.500,00 per maand. In de salarisrun van maart wordt een correctie over het vorige jaar van € 20.000,00 negatief verwerkt:
|
Periode |
Premieloon PAWW |
Premieloon over het jaar |
Toelichting |
|---|---|---|---|
| Januari | € 3.500,00 | € 3.500,00 | Normale bijdrage |
| Februari | € 3.500,00 | € 7.000,00 | Normale bijdrage |
| Maart | € 7.000,00 negatief | € 0,00 | De correctie van € 20.000,00 is groter dan het loon tot en met maart (€ 10.500,00). Het premieloon over het jaar wordt 0 en de bijdrage van januari en februari wordt teruggegeven. Nog te verrekenen: € 9.500,00 |
| April | € 0,00 | € 0,00 | Het loon van april wordt verrekend met de correctie. Nog te verrekenen: € 6.000,00 |
| Mei | € 0,00 | € 0,00 | Het loon van mei wordt verrekend met de correctie. Nog te verrekenen: € 2.500,00 |
| Juni | € 1.000,00 | € 1.000,00 | Van het loon van juni gaat de laatste € 2.500,00 naar de correctie |
| Juli | € 3.500,00 | € 4.500,00 | Weer de normale bijdrage |
Een werknemer die in het vorige jaar uit dienst is gegaan en in het lopende jaar geen loon meer heeft, krijgt bij zo'n correctie dus geen teruggave van de PAWW-bijdrage meer.
Heeft Payroll in een eerdere periode van 2026 al een negatief premieloon over het jaar berekend, dan wordt dat in de eerstvolgende salarisrun hersteld. Het eerder teruggegeven bedrag wordt dan weer ingehouden.
Let op: binnen het jaar blijft een negatieve periode mogelijk. Komt een negatieve correctie in dezelfde periode binnen bij werknemers die samen meer correctie dan loon hebben, dan kan het totaal van die periode op component 8449620 Totaal PAWW grondslag IKV nog negatief zijn.
Je hoeft geen actie te ondernemen.
Zie voor meer informatie paragraaf Pensioenfonds PMT: pensioenuren in periode 13-2026 bij vierwekelijkse verloning
Bij een generatiepact/generatieregeling krijgt de werknemer een aanvulling op het salaris met de componenten 14540 t/m 14570. De naam van deze componenten verschilt per Cao. Tot nu toe kon je alleen bij de Cao GGZ zelf bepalen welke componenten meetellen in het salaris waarover deze aanvulling wordt berekend. Bij de andere zorg-Cao's werd de aanvulling alleen over het periodesalaris berekend, ook als een toeslag volgens de Cao tot het salaris hoort.
De instelling Grondslag voor: Generatiepact is nu beschikbaar op de salariscomponenten van alle Cao's in de branche Zorg. Vink je deze instelling aan, dan telt het component mee in het salaris waarover de aanvulling bij een generatiepact wordt berekend.
Wil je dat een toeslag of ander component meetelt voor de aanvulling bij een generatiepact? Ga naar Instellingen → Regelingen → Salariscomponenten, selecteer het component op het niveau van je Cao en vink Grondslag voor: Generatiepact aan.
Let op: het component moet een lager volgnummer hebben dan 14540. Bij een hoger volgnummer telt het niet mee in de berekening.
Component 14390 Korting onbetaald langdurend zorgverlof (inclusief pensioen) telde bij de Cao Glastuinbouw in de pensioengrondslag bij start jaar. De BPL-pensioenregeling rekent echter met een periodegrondslag, waardoor de korting niet in de pensioengrondslag doorwerkte.
Per 1 januari 2026 telt component 14390 Korting onbetaald langdurend zorgverlof (inclusief pensioen) mee in de periodegrondslag van de BPL-pensioenregeling, net als de andere kortingen inclusief pensioen bij deze Cao. Heb je dit component in 2026 gebruikt, dan worden de perioden vanaf januari 2026 opnieuw berekend en wordt de pensioengrondslag met de korting verlaagd.
Je hoeft geen actie te ondernemen.
In de werknemergroep Cao Kunsteducatie - pensioenfonds PFZW verlaagde kortdurend zorgverlof op 44220 Korting kortdurend zorgverlof (inclusief pensioen) ook de pensioengrondslag. Bij de andere Cao's met pensioenfonds PFZW gebeurt dat niet. De oorzaak was de parameter Grondslag aanpassing i.v.m. verlof in 50000 Cao: die stond voor deze werknemergroep nog op Kortingspercentage verlof, terwijl alle andere werknemergroepen met PFZW op Geen grondslag aanpassing staan.
Vanaf 1 januari 2026 staat Grondslag aanpassing i.v.m. verlof voor Cao Kunsteducatie - pensioenfonds PFZW op Geen grondslag aanpassing, net als bij Cao Kunsteducatie en de andere Cao's met PFZW. Kortdurend zorgverlof op 44220 Korting kortdurend zorgverlof (inclusief pensioen) verlaagt de pensioengrondslag daardoor niet meer. De korting op het salaris zelf blijft gelijk.
Voorbeeld: een werknemer met een salaris van € 3.500,00 per maand neemt in maart 16 uur kortdurend zorgverlof op 44220 Korting kortdurend zorgverlof (inclusief pensioen). Payroll verlaagde de pensioengrondslag met 4,8 uur (30% van 16 uur), een verlaging van € 120,09. Nu blijft de pensioengrondslag gelijk aan die van een maand zonder verlof. De pensioenpremie van de werknemer is daardoor € 15,56 hoger, en het nettoloon € 8,24 lager.
Bij de eerste salarisrun na de release herrekent Payroll de perioden van 2026 waarin 44220 Korting kortdurend zorgverlof (inclusief pensioen) is geboekt. De pensioengrondslag en de pensioenpremie gaan daarbij omhoog, en de correctie gaat mee in de pensioenaangifte. Perioden van 2025 blijven ongewijzigd.
Heb je de parameter Grondslag aanpassing i.v.m. verlof zelf ingesteld in 50000 Cao, dan blijft jouw instelling gelden.
Wil je de pensioengrondslag bij kortdurend zorgverlof wel verlagen, boek het verlof dan op 44200 Korting kortdurend zorgverlof (inclusief pensioen). Daarbij verlaagt Payroll het pensioen via de deeltijdfactor, net als bij de andere Cao's met pensioenfonds PFZW.
De Cao MBO 2026-2028 is definitief. De salarissen worden per 1 juli 2026 met 4% en per 1 januari 2027 met 3% verhoogd. Daarom hebben wij de bedragen die met de salarissen meestijgen aangepast, de pensioengrondslag van 2026 afgeschermd en de eenmalige uitkering van € 1.700,00 ingericht.
De bedragen in tabel 50100 Vakantiegeld minimum bedrag zijn als volgt aangepast:
|
Leeftijd |
Jaarbedrag tot 1 juli 2026 |
Jaarbedrag per 1 juli 2026 |
Jaarbedrag per 1 januari 2027 |
|---|---|---|---|
| 15, 16 of 17 jaar | € 1.239,36 | € 1.288,92 | € 1.327,56 |
| 18 jaar | € 1.487,40 | € 1.546,92 | € 1.593,36 |
| 19 jaar | € 1.735,32 | € 1.804,68 | € 1.858,80 |
| 20 jaar | € 1.983,48 | € 2.062,80 | € 2.124,72 |
| 21 jaar | € 2.230,92 | € 2.320,20 | € 2.389,80 |
| 22 jaar en ouder | € 2.478,84 | € 2.577,96 | € 2.655,24 |
De bedragen in tabel 50400 Schaal bedragen Uitlooptoeslag zijn als volgt aangepast. De uitlooptoeslag wordt betaald op component 44720 Uitlooptoeslag.
|
Schaal |
Maandbedrag tot 1 juli 2026 |
Maandbedrag per 1 juli 2026 |
Maandbedrag per 1 januari 2027 |
|---|---|---|---|
| LB | € 37,73 | € 39,24 | € 40,42 |
| LC | € 68,65 | € 71,40 | € 73,54 |
| LD | € 33,96 | € 35,32 | € 36,38 |
De bindingstoelage OP volgens artikel 15.4 is in tabel 50680 Bindingstoelage conditioneel bedrag als volgt aangepast. De bindingstoelage voor LB, LC, LD en LE blijft ongewijzigd.
|
Bindingstoelage |
Jaarbedrag tot 1 juli 2026 |
Jaarbedrag per 1 juli 2026 |
Jaarbedrag per 1 januari 2027 |
|---|---|---|---|
| OP | € 483,01 | € 502,33 | € 517,40 |
Over de maanden vanaf juli 2026 berekent Payroll het verschil met terugwerkende kracht.
Voor ABP wordt de pensioengrondslag van 2026 bepaald op basis van het salaris op 1 januari 2026, of op de datum van indiensttreding als die later is. Een salarisverhoging die in de loop van het jaar met terugwerkende kracht wordt afgesproken, telt volgens het pensioenreglement van ABP niet mee in de grondslag van het lopende jaar. De verhoging per 1 juli 2026 is dus pas pensioengevend vanaf 2027.
Voor werknemers die al vóór 1 juli 2026 in dienst waren, verandert de pensioengrondslag van 2026 niet. Voor werknemers die tussen 1 juli 2026 en 26 oktober 2026 in dienst zijn gekomen, corrigeert Payroll de grondslag, zodat de verhoging ook voor hen niet meetelt. Dat geldt ook voor de uitlooptoeslag en het minimum vakantiegeld. Hiervoor hebben we tabel 50020 Cao wijziging tbv jaarpensioengrondslag bepaling ingericht voor de periode van 1 juli 2026 tot en met 31 december 2026.
Payroll bepaalt het salaris van vóór de verhoging uit de salarisrun van oktober 2026. De verhoogde salarissen moeten daarom vanaf de salarisrun van november 2026 in Payroll komen.
Het minimum vakantiegeld kent een leeftijdsstaffel. Voor werknemers van 22 jaar en ouder corrigeert Payroll het minimum automatisch. Voor jongere werknemers kan dat niet. Is een werknemer van 21 jaar of jonger tussen 1 juli 2026 en 26 oktober 2026 in dienst gekomen en krijgt die het minimum vakantiegeld, leg dan component 45090 HM minimum vakantiegeld t.b.v. jaarpensioengrondslag vast met de datum van indiensttreding. Vul bij Bedrag het jaarbedrag in dat vóór 1 juli 2026 gold, afhankelijk van de leeftijd van de werknemer:
|
Leeftijd |
Jaarbedrag |
|---|---|
| 15, 16 of 17 jaar | € 1.239,36 |
| 18 jaar | € 1.487,40 |
| 19 jaar | € 1.735,32 |
| 20 jaar | € 1.983,48 |
| 21 jaar | € 2.230,92 |
Zonder deze actie kan er een correctie met terugwerkende kracht op de pensioengrondslag ontstaan.
Werknemers die op 1 juli 2026 in dienst waren, krijgen een eenmalige bruto uitkering van € 1.700,00. Wij hebben de regeling voor je ingericht, zodat de uitkering automatisch wordt berekend en in de salarisrun van november 2026 wordt uitbetaald.
De werknemer moet op 1 juli 2026 in dienst zijn geweest. Wie na 1 juli 2026 in dienst is gekomen, heeft geen recht op de uitkering.
Een werknemer die op 1 juli 2026 in dienst was en daarna uit dienst is gegaan, heeft ook recht op de uitkering. Payroll berekent de uitkering dan in de periode na het einde van het dienstverband. Die periode wordt opnieuw berekend zodra het verhoogde salaris met terugwerkende kracht ook voor deze werknemer in Payroll komt.
Voor vakantie- en seizoenwerkers, stagiairs en andere fictieve dienstverbanden wordt niets berekend.
Deeltijders krijgen de uitkering naar verhouding van hun deeltijdfactor in juli 2026. Een werknemer met een deeltijdfactor van 0,8 krijgt dus € 1.360,00. Onbetaald verlof en (betaald) ouderschapsverlof in juli 2026 verlagen het bedrag. Ziekte verlaagt het bedrag niet.
De uitbetaling staat op component 48210 Uitbetaling eenmalige uitkering 2026. De uitkering wordt belast tegen het tarief voor bijzondere beloningen. Ze telt niet mee voor het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering.
De uitkering is niet pensioengevend. Wel geeft Payroll het bedrag in januari 2027 aan ABP door als variabel loon over 2026. ABP gebruikt dat bij de overgang naar de nieuwe pensioenregeling, onder meer voor het partner- en wezenpensioen.
Vanaf januari 2027 draagt het component weer zijn algemene naam.
Wil je een werknemer de uitkering om welke reden dan ook niet geven, sluit de werknemer dan uit via component 48040 Uitsluiten van deelname aan eenmalige uitkering 2026.
Bij werknemers die na 1 juli 2026 in dienst zijn gekomen, telt de uitkering mee in de jaargrondslag voor het tarief bijzondere beloningen, ook als zij geen recht op de uitkering hebben. Het effect is klein en speelt alleen een rol als de werknemer daardoor in een hoger tarief valt. Wil je dat voorkomen, sluit de werknemer dan uit via component 48040 Uitsluiten van deelname aan eenmalige uitkering 2026.
Is een werknemer in juli 2026 in dienst gekomen, dan zie je in juli een reservering voor de uitkering die in dezelfde maand weer vervalt. Per saldo verandert er niets.
In de Cao Primair onderwijs is per 1 januari 2026 de matrix in bijlage A9 vernieuwd. Daarin hebben de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering dezelfde grondslag gekregen. Ook de toelage onregelmatige dienst, de garantietoelage onregelmatige dienst en de EHBO-toelage tellen nu mee voor de eindejaarsuitkering. Tot nu toe telden ze alleen mee voor de vakantie-uitkering.
Met ingang van 1 januari 2026 zijn de volgende componenten ook grondslag voor de structurele eindejaarsuitkering (8,33%):
De wijziging werkt terug tot 1 januari 2026. In de eerstvolgende salarisrun wordt de reservering in 46180 Structurele eindejaarsuitkering reservering over de voorgaande periodes van 2026 gecorrigeerd. De eindejaarsuitkering van december 2026 is daardoor inclusief deze toelagen.
Is een werknemer in 2026 uit dienst gegaan en is de eindejaarsuitkering al uitbetaald, dan krijgt de werknemer het verschil als nabetaling.
Heb je de inrichting van deze componenten voor je eigen organisatie aangepast, dan blijft jouw instelling gelden.
Je hoeft geen actie te ondernemen.
Voor de Cao Sociaal Werk is het werknemersdeel van de OP/NP-premie van pensioenfonds PFZW in 2026 12,9% en het werkgeversdeel 13,0%. Cao-partijen hebben dat zo afgesproken, omdat de premiesamenstelling van PFZW per 1 januari 2026 is gewijzigd en de werknemer daardoor niet meer moet gaan betalen dan in 2025. Deze aangepaste verdeling hadden wij voor 2026 nog niet verwerkt. In tabel 60010 OP premie waardes stond voor de Cao Sociaal Werk nog een werknemersdeel van 12,95%. Dat is de gelijke verdeling die voor de andere Cao's in de zorg geldt. Daardoor werd er bij werknemers 0,05% te veel ingehouden over de premiegrondslag.
In tabel 60010 OP premie waardes is voor de Cao Sociaal Werk het werknemersdeel per 1 januari 2026 aangepast naar 12,9%. De totale premie van 25,9% en de franchise van € 17.283,00 blijven ongewijzigd. Het werkgeversdeel wordt daarmee 13,0%.
De inhouding op component 50720 OP premie wordt daardoor lager. De afdracht aan PFZW verandert niet.
De perioden vanaf januari 2026 worden bij de eerstvolgende verloning met terugwerkende kracht herberekend. Het te veel ingehouden bedrag wordt dan aan de werknemer terugbetaald.
Je hoeft geen actie te ondernemen.
Er is een nieuwe Cao VVT voor 2026 tot en met 2028. Daarom hebben we de inrichting op de volgende punten aangepast.
Vanaf 1 september 2026 zijn de vergoedingen voor woon-werkverkeer, werkverkeer en reizen met fiets of brommer verhoogd. Omdat de nieuwe bedragen ingaan per 1 september 2026, worden de perioden vanaf september 2026 in je eerstvolgende salarisrun met terugwerkende kracht herrekend. Het verschil wordt dan nabetaald.
|
Vergoeding |
Tabel |
Tot 1 september 2026 |
Vanaf 1 september 2026 |
|---|---|---|---|
| Woon-werkverkeer, per km | 50200 Reiskosten Eigen Vervoer | € 0,21 | € 0,25 |
| Werkverkeer, eerste 10 km, per km | 51380 Afgelegde afstand van € 0,25 per KM | € 0,23 | € 0,25 |
| Fiets, e-fiets, brommer of scooter, per reisdag | 51230 Reiskosten fiets, elektrische fiets, brommer en scooter bedragen | € 1,41 | € 1,50 |
De jaarlijkse indexatie van de reiskostenvergoeding is volgens de Cao vervallen. Per 1 juli passen we deze bedragen dus niet meer aan.
Bij verloning per 4 weken valt 1 september 2026 in periode 9 (10 augustus tot en met 6 september 2026). De woon-werkvergoeding over die hele periode wordt berekend tegen het nieuwe bedrag van € 0,25 per km.
De vergoeding voor woon-werkverkeer en voor de eerste 10 km werkverkeer is nu gelijk aan het fiscale maximum van € 0,25 per km. Verreken je reiskosten met de fiscale ruimte, dan bouwen deze vergoedingen vanaf september 2026 dus geen fiscale ruimte meer op. Ruil je vakantiegeld of een extra uitkering uit tegen een extra reiskostenvergoeding, dan kan dat alleen nog over de fiscale ruimte die vóór september 2026 is opgebouwd. Wat niet meer kan worden uitgeruild, wordt gewoon als brutoloon betaald.
De arbeidsmarkttoeslag voor de specialist ouderengeneeskunde gaat per 1 januari 2027 van € 100,00 naar € 150,00 per maand bij een voltijd dienstverband. Component 43560 Arbeidsmarkttoeslag specialist ouderengeneeskunde rekent vanaf dan met € 150,00 maal de deeltijdfactor van het contract, met een maximum van € 150,00. Bij een deeltijdfactor van 0,5 is de toeslag dus € 75,00. Tot en met december 2026 blijft de toeslag € 100,00 per maand, ook voor deeltijders: tot dan gaat hij niet naar verhouding van de deeltijdfactor. De vaste transactie loopt gewoon door, dus je hoeft niets aan te passen.
Voor een telefonische achterwachtdienst krijgt de werknemer volgens de Cao compensatie in tijd. Werkgever en werknemer kunnen afspreken dat deze compensatie wordt uitbetaald. Daarvoor is component 43060 Uitbetaling telefonische achterwacht beschikbaar: je geeft het aantal uitbetaalde uren op, en dat wordt vermenigvuldigd met het uurloon. Het bedrag wordt belast tegen het tarief voor bijzondere beloningen en telt niet mee voor het pensioen, het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering, net als bij 43020 Bereikbaarheidsdienst ma-vr. Uitbetaalde uren telefonisch advies boek je niet op dit component, maar als meeruren of overwerk.
Vanaf 1 januari 2027 vult de werkgever het zwangerschaps- en bevallingsverlof volgens de Cao aan tot 100% van het maandsalaris. Visma.net Payroll doet dat al: component 15190 Aanvulling zwangerschapsverlof vult de UWV-uitkering aan tot het volledige gekorte salaris. Heb je in tabel 52500 Afhandeling werkgeversbetalingen de Aanvullingsmethode zwangerschapsverlof zelf gewijzigd, zet die dan per 1 januari 2027 weer op UWV betaling meenemen.
Vanaf 1 januari 2027 moet een werkgever met een meerkeuzesysteem de vergoeding van het vakbondslidmaatschap daarin opnemen. Dat kan met de uitruilfunctionaliteit: het doel Vakbondscontributie in tabel 31010 Uitruil doelen. De werknemer ruilt dan een bron zoals salaris, vakantiegeld of een extra uitkering uit via de componenten Bron … t.b.v. vakbondscontributie, bijvoorbeeld 2010210 Bron salaris t.b.v. vakbondscontributie. De vergoeding wordt uitbetaald via component 2000230 Uitbetaling vakbondscontributie. We hebben dit doel niet op Cao-niveau aangezet, want de prioriteit van de doelen is een keuze van de werkgever.
Copyright 2023 Visma Community. All right reserved.