Deze procedure beschrijft hoe je gecombineerde subrekeningen (maskers) configureert in Visma Net. Hiermee stelt het systeem tijdens het invoeren van transacties automatisch een subrekening samen op basis van waarden uit verschillende bronnen (zoals vestiging, artikel, debiteur, crediteur of medewerker)
Werkwijze
Segmentcodes bepalen
Bepaal per segment uit welk bronelement de waarde moet worden overgenomen. Herhaal de letter van de broncode voor het aantal tekens dat het segment lang is (bijvoorbeeld EE voor een segment van 2 tekens of LLLL voor 4 tekens).
Veelgebruikte segmentcodes:
C: Vestiging
E: Medewerker
I: Voorraad- of Niet-voorraadartikel
L: Locatie (debiteur/crediteur)
P: Project
T: Projecttaak
W: Magazijn
Maskers instellen per module
Open het venster met de voorkeuren van het betreffende proces (bijvoorbeeld Voorkeuren crediteuren of Voorkeuren debiteuren).
Vul in het veld voor de gecombineerde subrekening het gewenste masker in op basis van van jouw subrekeningstructuur (bijvoorbeeld EE-II-LLLL).
Voor artikel- en voorraadtransacties: Open het venster Boekingstypen en stel daar de gewenste maskers in per boekingstype.
Klik op Opslaan.
Praktijkvoorbeeld van een gecombineerde subrekening
Uitgangssituatie subrekeningstructuur xx-xx-xxxx:
Segment 1 - Vestiging (2 tekens): UT (Utrecht), AM (Amsterdam), RD (Rotterdam), 00 (Niet van toepassing)
Segment 2 - Productlijn (2 tekens): DI (Diensten), HA (Hardware), SO (Software), 00 (Niet van toepassing)
Segment 3 - Afdeling (4 tekens): PROD (Productie), ONTW (Ontwikkeling), 0000 (Niet van toepassing)
Standaard subrekening per entiteit vastgelegd voor de kosten:
Crediteuren: 00-DI-PROD
Medewerker: UT-00-ONTW
Vestiging: AM-00-0000
Artikel: 00-DI-0000
Instelling voorkeuren crediteuren
In het venster Voorkeuren crediteuren is het veld Subrekening kosten combineren uit ingesteld op het masker: EE-II-LLLL.
Resultaat bij het invoeren van een inkoopfactuur
Het systeem stelt de subrekening op de factuurregel automatisch als volgt samen:
Segment 1 (EE): Haalt de waarde van de medewerker -> UT
Segment 2 (II): Haalt de waarde van het artikel -> DI
Segment 3 (LLLL): Haalt de waarde van de crediteur -> PROD
Uiteindelijke gecombineerde subrekening op de factuurregel: UT-DI-PROD
... Meer weergeven